Genesis
The Book of Genesis illustrated by R. Crumb
Genesis van Robert Crumb is een boek dat ik in november 2009 via Amazon kreeg. Op sites als Boing Boing was al aangekondigd dat Crumb, de beruchte illustrator van o.a. Fritz the Cat, bezig was om Genesis te illustreren.
Ik herinner me een keer, ik moet 15 of 16 geweest zijn, dat ik met vriendjes naar de dorps-bioscoop ging om een tekenfilm te zien. Ik kende tot dan toe eigenlijk alleen maar Walt Disney producten. Nou Fritz the Cat was duidelijk uit een ander hout gesneden. Ik heb toen overigens geen bewondering voor Crumb gekregen, die kwam pas later, toen ik hem tegen de hele hippie- en underground cultuur van de late jaren ‘60 kon plaatsen. Crumb’s obsessie met dikke vrouwen-billen is mij uit die periode ook goed bijgebleven.
Toen ik lucht kreeg van zijn Genesis, was ik wel nieuwsgierig, maar niet overdreven. En uit een soort van beroepsethos (als arbeider op een hogeschool voor de kunsten waar ook Striptekenen een eervolle plek heeft), heb ik het boek besteld. Maar ik moet toegeven: Crumb’s Genesis mag er zijn, en op meer niveaus dan ik me voordat ik het Amazon-pakketje opende kon voorstellen.
De voorkant
Om te beginnen speelt Crumb met de vooroordelen van veel bijbel-lezers door de voorkant van zijn Genesis uit te rusten met alle platitudes die hij in voorraad heeft: “Adult supervision recommended for minors” en “all 50 chapters” en “The first book of the bible graphically depicted! Nothing left out!” En dat allemaal in reclame-letters die thuishoren op een pak waspoeder. De lezer is duidelijk gewaarschuwd dat de illustrator een loopje neemt met de heilige tekst.
De vertaling

Genesis 6:11 : en de aarde was verdorven voor Gods aangezicht; en de aarde was vervuld met misdadigheid.
Maar bij het doorlezen van de tekst blijkt het tegendeel. Niet alleen laat hij inderdaad niets weg, zijn vertaling van de grondtekst naar het Engels is van het hoogste niveau. Hij heeft klaarblijkelijk gebruik gemaakt van de vertaling van Robert Alter, een nestor onder de bijbelvertalers en onder andere de schrijver/vertaler van The David Story, een indrukwekkende uitgave van de Samuelboeken uit het Oude Testament. Eén van de principes van Alter, en iets wat Crumb van hem overgenomen heeft, is proberen zo weinig mogelijk te interpreteren in de vertaling: als er iets staat in de grondtekst dat onbegrijpelijk is, dan moet je dat zoveel mogelijk laten staan. Nou heeft Crumb hier met zijn illustraties vaak wel een interpretatie van een duistere passage gegeven, dus de vertaalregels van Alter die wel gelden voor de tekst, gaan niet op voor de illustraties. Dát is uiteindelijk ook de reden waarom dit werk zo goed geworden is. De afbeelding hierbij laat zo’n interpretatie zien: in de tekst wordt niets gezegd over welke verdorvenheid en misdadigheid er op de aarde heerste zodat God met een grote vloed zijn schepping wil opschonen en opnieuw beginnen. In de illustratie verwijst Alter naar mensenoffers die in het Midden Oosten wel eens voorgekomen zijn, maar die niet noodzakelijk in deze tekst bedoeld zijn.
De beeldreceptie
Een ander aspect dat laat zien dat Crumb de tekst serieus neemt is zijn studie naar de geschiedenis van de afbeeldingen die bij de betreffende teksten gemaakt zijn. Hij heeft duidelijk gebruik gemaakt van eerdere illustratoren, of ze nu stammen uit het Middenoosten of uit Hollywood. Een mooi voorbeeld is de hierbij geplaatste afbeelding van Nimrod de jager, een nakomeling van Noach na de Zondvloed. Genesis 10:9a : “Nimrod was een geweldig jager voor het aangezicht des Heeren”
In het British Museum zijn prachtige afbeeldingen te vinden van de leeuwenjacht door de Assyrische koningen. Nu lijkt de assyrische leeuwin niet direct op de leeuw van Crumb, maar dat komt doordat ik geen goed exemplaar in mijn eigen verzameling kon vinden. Maar de interpretatie van Crumb, dat Nimrod een leeuwenjager zou zijn geweest is beinvloed door de assyrische afbeeldingen, waar de leeuwenjacht een rituele verplichting van de koningen is geweest. Ik heb ook wel eens een intrepretatie gelezen waarin Nimrod een mensenjager is geweest, maar dat wordt niet door de reliefs in het British Museum ondersteund.
Er zijn meer interessante voorbeelden, maar op 1 plek is Crumb de fout in gegaan, of liever: hier had hij iets kunnen leren van de beeldreceptie. Het betreft de slang uit de Hof van Eden. In de tekst wordt in het begin niets gezegd over het uiterlijk van de slang. In hoofdstuk 3:1 wordt alleen gezegd dat de slang listiger was dan al het gedierte des velds. Hij kan ook praten en heeft klaarblijkelijk een grondig inzicht in de psychologie van de mens. Nadat, gedeeltelijk door zijn listigheid, de vrouw van de verboden vrucht gegeten heeft en dankzij de vrouw ook de man, vervloekt God de slang: “Omdat gij dit gedaan hebt, zo zijt gij vervloekt boven al het vee, en boven al het gedierte des velds. Op uw buik zult gij gaan en stof zult gij eten, al de dagen van uw leven.” Deze cryptische tekst zegt in feite dat de slang vòòr deze vervloeking niet op zijn buik ging. Crumb laat dat zien in bijgaande tekening. Zijn slang is een soort van Marvel-comic, een Slangenman, een Hulk of X-man.
Maar de tweede afbeelding bij deze alinea laat zien waar de slang uit de hof vandaan komt: de schrijvers van Genesis stamden hoogstwaarschijnlijk uit de priesterkaste die in de zesde/vijfde eeuw vChr in Babylon in ballingschap zat. Daar werden ze geconfronteerd met afbeeldingen als deze, van samengestelde wezens: deels slang, deels vogelklauwen en deels waarschijnlijk ook nog wel andere beesten. Van deze beesten is goed voor te stellen dat ze hun poten verliezen en zo de oorsprong van de gevreesde alledaagse slangen werden. Net als ze door de hemellichamen in Genesis 1 als louter lampen voor te stellen de goden van het Babylonische pantheon op zijn minst neutraliseerden, zo zetten de gevangen Joden ook de andere mythologische machten, waar hun meesters ontzag voor hadden, op hun plek.
De lijsten

Genesis 35:22ev : De zonen van Jakob waren twaalf. De zonen van Lea waren: Ruben, Jacobs eerstgeborene, daarna Simeon, etc. etc.
De meest geniale ingreep van Crumb, degene waarmee hij mijn bewondering verdiende, is zijn behandeling van de namenlijsten, de lange lijsten van namen van kinderen van de aartsvaders en andere lijsten. Hij had ze gewoon als tekst kunnen laten staan, maar dat deed hij niet. Hij heeft voor elke mens die in het epos genoemd wordt een gezicht getekend. En daarmee heeft hij hen dus een karakter gegeven. Zonder deze afbeeldingen lees je snel over de lijsten heen. Ik meende dat zelfs de vader van Jan Wolkers, die het grootste deel van de bijbel aan tafel voorlas, deze naamlijsten niet behandelde. Maar bij Crumb worden deze namen persoonlijkheden, ze krijgen vlees en bloed en een karakter! Voor vroegere lezers, of de hoorders uit een oudere orale traditie, zouden deze lijsten inderdaad levende verwijzingen naar hun omgeving zijn: de namen zijn vaak van stamvaders en -moeders van stammen en volken uit het Midden-Oosten. Zo’n lijst geeft een vorm van aardrijkskunde: Bijvoorbeeld Genesis 25:16-18 :
“Dit zijn de zonen van Ismaël (zoon van Abraham en Hagar), en dit zijn hun namen, in hun dorpen en paleizen, twaalf vorsten naar hun volken. En dit zijn de jaren van het leven van Ishmaël, honderd zeven en dertig jaren; en hij gaf de geest, en stierf, en hij werd verzameld tot zijn volken. En zij woonden van Havila tot Sur toe, dat tegenover Egypte is, waar je naar Assur gaat…”
De Israelieten wisten dus dat die lui, die ten zuiden van hen woonden, neven en nichten van hen waren, kinderen van Abraham. Net zoals wij weten dat de drie monotheïstische religies familie van elkaar zijn, nakomelingen van het geloof van Abraham.
Tederheid

Genesis 24:67 : En (Izak) bracht haar in de tent van zijn moeder Sara en hij nam Rebekka, en zij werd hem tot vrouw, en hij had haar lief. Alzo werd Izak getroost na de dood van zijn moeder.
Ik zei in de vorige paragraaf dat Crumb mijn bewondering verdiend heeft door zijn behandeling van de uitvoerige lijsten in Genesis. Maar waarom ik echt zijn boek van alfa tot omega (of eigenlijk van aleph tot tav) doorgewerkt heb en het niet meer kon loslaten voor ik het uit had, was uiteindelijk zijn eigen bewondering en respect voor de tekst. Hij is niet kerkelijk. Hij zegt in zijn ‘introduction’ uitdrukkelijk dat hij niet gelooft dat de bijbel het woord van God is, of geïnspireerd door God. Hij gelooft wel dat het een krachtige tekst is, die diep in het collectieve onderbewuste van de mensheid doordringt. Maar deze uitgesproken geloofsbelijdenis heb je niet nodig als je gevoerd wordt langs de mooie platen en de nauwkeurige teksten. Een tedere afbeelding zoals bij Genesis 24:67, waarin Izak getroost wordt door Rebekka na de dood van zijn moeder, is meer dan genoeg aanleiding om te zeggen dat Crumb met zijn Genesis een zeer goed werk gemaakt heeft. Een werk waarin het hem gelukt is de teksten en de karakters die in de teksten voor ons worden opgeroepen te laten spreken met een frisheid waarvan je vermoedt dat die ook in de karavanserails en oases van het Midden-Oosten met bewondering begroet werd.
“En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed.“






















Leave a Comment