Intiem werk
Ik ging naar De Pont in Tilburg, naar de expositie Intimate Work van Bill Viola, met in mijn herinnering twee eerdere ontmoetingen met zijn werk: een grote expositie in het Stedelijk Museum te Amsterdam (dat moet ergens midden jaren ‘90 geweest zijn) en een expo vorig jaar in de Nieuwe Kerk te Amsterdam, Heilig Vuur, waarin 1 werk van hem getoond werd: “The Greeting”.
Uit deze twee eerdere ontmoetingen was mij een bepaald beeld bijgebleven: Spectaculair circus met water en vuur in het Stedelijk en, onverwacht, een hoge mate van religiositeit in Heilig Vuur.
In De Pont werd dit beeld weer aangetast: het was lang niet zo’n spectaculair circus als ik mij van het Stedelijk Museum herinner: geen vuur en hoewel er wel op grote schaal met water gewerkt werd, waren alle werken zeer intiem: nergens grote geprojecteerde werken. Allemaal kloosterachtige cellen met daarin 1 werk, zodat je bijna ongemerkt verleid werd tot meditatie. Bij een van die cellen, waarin het mooie verstilde “Catherine’s room” werd getoond op 5 kleine schermen, stoorde ik me bijvoorbeeld enorm aan de binnenkomst van een groepje jongeren onder leiding van een gids. Nadat ze wat beschroomd binnen waren gaan staan, schraapte de gids zijn keel en verontschuldigde zich zachtjes bij de rest van het publiek, dat hij nu wat ging uitleggen. Ik verliet woedend de cel en realiseerde me later dat ik zo’n rondleiding bij een gewone expositie veel minder een probleem vond. Deze inbreuk op mijn rust maakte me bewust van het meditatieve karakter van het werk. Of in ieder geval van deze opstelling van zijn werk.

The Greeting, 1995
Door deze opstelling, die op zijn minst het meditatieve aspect van Bill Viola’s werk beklemtoonde, kwam de ervaring met Heilig Vuur, in de Nieuwe Kerk in Amsterdam sterk bovendrijven. Het werk “The Greeting” uit 1995 dat daar getoond werd, was ook in Tilburg te zien: een ontmoeting tussen zwangere vrouwen van 45 seconden vertraagd weergegeven in meer dan 10 minuten. Mooie aardkleuren: rood, bruin, geel, mooie zwangere vrouwen (een vrouw is sowieso mooi en een zwangere vrouw al helemaal). De opstelling van dit werk in de expo Heilig Vuur stimuleert net als de kloosterachtige opstelling in de Pont een religieuze interpretatie van Viola’s werk.

De ontmoeting, Pontormo
“The Greeting” is geïnspireerd op het schilderij De ontmoeting van Pontormo (ca 1528) tussen de zwangere Maria en haar zwangere nicht Elisabeth. De laatste zal spoedig Johannes de Doper, de Voorloper, baren, en de eerste, Maria, is de latere moeder van de Verlosser, in Oosterse en Westers kerken vaak zelfs aangeduid met Theotokos, Moeder Gods. Het schilderij waarop het werk gebaseerd is, is dus religieus. Heeft in ieder geval een bijbels onderwerp. Het werk van Viola krijgt door onderwerp, door citering van het religieuze schilderij en door de plaatsing in Nieuwe Kerk en in de kloostercel van de Pont ook dezelfde religieuze lading. Tenminste, dat was mijn veronderstelling toen ik naar Tilburg trok.
Naast dit werk waren er nog 13 andere werken te ervaren, veel er van met mensen als onderwerp en vaak gecombineerd met water. Van deze waren er een aantal die er qua beeldende kracht uitsprongen. Sommige door de enorme theatraliteit en sommige door een heel verfijnd beeldprogramma. Van de eerste soort kan ik noemen “The Lovers” uit 2005, een werk waarin twee mensen tegenover elkaar staan, ze kijken elkaar net niet aan, misschien proberen ze elkaar wel te ontkennen. Plotseling komt er een enorme waterstroom, alsof er een sluis opengegooid wordt, van links op de mensen toe. Deze mensen kunnen niets anders dan elkaar vastgrijpen, druipnat, verbijsterd, weerstand biedend aan het watergeweld. De hele scène is vertraagd weergegeven. Tegen het einde neemt de watervloed af en de twee kijken elkaar aan, zich afvragend wat er gebeurd is.

Observance, 2002
In een ander werk, “Observance” uit 2002, minder spectaculair en theatraal als “The Lovers”, maar zeker zo intens, zien we een rij mensen langzaam, iets vertraagd, op ons afkomen. Voor ons staand zien ze iets, een dode? een monument? dat hun doet verschrikken. Ze slaan de handen voor de mond, sommigen krijgen tranen in de ogen, anderen houden zich sterk, maar iedereen schrikt. Net als bij het vorige waterbeeld ligt de fascinatie niet bij de gebeurtenis, de waterstraal of de opgebaarde dode, maar bij de relaties tussen de mensen. Elke keer als iemand naar voren komt en schrikt, gebeurt er ook iets tussen de mensen in de rij onderling: ze raken elkaar aan, ze kijken aandachtig naar elkaars ogen, ze houden elkaars handen vast. Ik merkte bij mijzelf, net als bij de andere bezoekers, een grote fascinatie voor de emotie op hun gezichten. Een fascinatie die bijna gluurderig is.
In deze werken draait het dus, in ieder geval in mijn beleving, om de intensivering van de relaties tussen de mensen, bewerkstelligd door natuurgeweld of ontzetting. Of door de zwangerschap in “The Greeting”. Tot nu toe gebruikt Viola de vorm van de religieuze taal, maar draait het hem in deze werken wezenlijk om de intermenselijke relaties.

Study for Emergence, 2002
Een ander werk, “Study for Emergence” uit 2002, lijkt echter wel fundamenteel om religie te draaien. Op het eerste gezicht in ieder geval: Twee vrouwen die wenen bij een graf, waaruit naar verloop van tijd de overledene op komt rijzen. Dood en opstanding, verdriet en troost, graf en water (oervloed, zondvloed, rode zee, doop…): hoe kun je het christelijker en dus religieuzer krijgen?

Opstanding
Mijn eerste associatie was met het schilderij van Piero della Francesca, Opstanding, uit ca 1460, waar Christus lijkbleek maar als overwinnaar uit het graf stapt. Daar waren overigens geen vrouwen bij, op dat schilderij, maar in de opstandingsverhalen van de Evangelieën waren ze wel: zijn moeder en zijn vriendinnen en volgelingen.
Hier in “Study for Emergence” lijkt deze setting gebruikt te zijn: het graf en twee vrouwen, de moeder en de vriendin of de zuster. En het verdriet, dat in dit geval de rouwenden niet verenigt, maar juist scheidt.
Na verloop van enige tijd begint er water over de rand van het graf te stromen en komt er een hoofd te voorschijn. De rouwenden beginnen te merken dat er iets gebeurt en ze komen overeind. De overledene komt recht overeind en de vriendin / zuster kust de hand, terwijl de moeder in ontzetting toekijkt.
De vrouwen pakken het verzwakte (?) lichaam op en tillen het op de grond, voor het graf. De moeder houdt het hoofd op haar schoot en de vriendin / zuster bedekt het naakte lichaam met een doek dat ze in haar tas had. Een duidelijke verwijzing naar de opstandingsverhalen waar de vrouwen op de eerste dag van de week, ’s morgens vroeg, met balsemstoffen gewikkeld in doeken naar de overleden Heer gingen.
In de laatste scène, die niet op de afbeelding hiernaast staat, pakt de jonge vrouw de hand van de overledene en drukt die op haar hoofd, terwijl ze zich op zijn buik neervlijt. De oudere vrouw legt haar handen, in een zegening bijna, op de twee handen van jongen en meisje.
Is dit nou religie? Net als bij de andere werken van deze fascinerende tentoonstelling gebruikt Viola in ieder geval de taal van de religie. Maar net als bij “Observance” en “The Lovers” gaat het hem hier niet om een christelijke of religieuze boodschap. Het gaat hem ook hier om de relatie tussen de rouwenden. In dit geval brengt het bijna mechanisch omhoogkomen van hun geliefde overledene hen bij elkaar, in de laatste (niet afgebeelde) scène. De overledene blijft immers dood, er is geen opstanding.
Maar als ik verder hierover nadenk is er wel degelijk verandering: mensen komen nader tot elkaar:
“Bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder met haar zuster, Maria, de vrouw van Klopas en Maria uit Magdala. Toen Jezus zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie hij veel hield, zei hij tegen zijn moeder: ‘dat is uw zoon’, en daarna tegen de leerling: ‘dat is je moeder’. Vanaf dat moment nam die leerling haar bij zich in huis.” (Johannes, 19: 25-26)
En dit is dus ook opstanding, ook al is er geen leven in het lichaam.
Misschien probeert Viola op zijn eigen manier wel hetzelfde te doen als Vincent van Gogh, die een boer schildert, al zaaiend op de akker, met een grote zon achter diens hoofd een schilderij van een aards tafereel, maar tegelijk over de Zaaier (de Messias) met aureool.















Leave a Comment