Eindexamentoespraak

Domenique K. Himmelsbach de Vries, Kunstenaar
In 1958 kreeg de schilder Marc Rothko van de drankenhandel Seagram and Sons de opdracht om het restaurant van het nieuwe Seagram building in New York, ontworpen door Mies van der Rohe, te voorzien van muur-grote schilderijen. Deze opdracht was voor hem niet alleen, en niet in de eerste plaats een inkomstenbron. Hij wilde met deze schilderijen de ‘appetite’ ruïneren van ‘every son-of-a-bitch who ever eats in that room’. Nadat hij zijn schilderijen gemaakt had, 40 reusachtige schilderijen in drie series, ging hij met zijn vrouw eten in het restaurant. Daar werd hij zo gedeprimeerd van de oppervlakkige atmosfeer, dat hij besloot zijn opdracht terug te geven, inclusief het aanzienlijke voorschot dat hij ervoor gekregen had. Zijn doel was geweest een kritiek te leveren op de kapitalistische consument. Hij hoopte de bezoekers te bekeren tot het goddelijke visioen van zijn kunst. Er zijn vele kunststromingen geweest in de 19de en 20ste eeuw, maar over het algemeen kun je zeggen dat ze het in meerdere of mindere mate eens zijn met Rothko en diens kritiek op de kapitalistische samenleving, die elke verwijzing naar welke hogere waarden dan ook vertaalt in geld en goederen. De vormen waarin deze kunstenaars reflecteren op de maatschappij verschillen grondig van elkaar. Pop-art kunstenaars, die de oppervlakte van de dingen benadrukken lijken mijlenver af te staan van de abstract expressionisten waar Rothko zich bij thuis voelt. Maar beiden zien de kunst als een apart gebied, naast de alledaagse werkelijkheid en daarom kritiek leverend op deze werkelijkheid.
Nu, in de 21ste eeuw, lijkt er een beweging te ontstaan die breekt met deze traditie waarin kunst en economie uit elkaar gehouden worden. De belangrijkste vertegenwoordigers van dit nieuwe denken zijn niet in de eerste plaats kunstenaars en filosofen, maar gemeenteambtenaren en bestuurders en ondernemers. De eerste keer dat ik hiervan vernam was in het boek The Rise of the Creative Class uit 2002 van Richard Florida, een amerikaanse socioloog. In dit boek beschrijft hij de Creatieve Klasse, een groep in de samenleving, die volgens hem van wezenlijk belang is voor de ontwikkeling van de economische groei. De creatieve klasse bestaat uit de creatieve professionals, de kenniswerkers, die complexe problemen kunnen oplossen door gebruik te maken van complexe kennisgebieden. Daarbij moet je concreet denken aan werkers in de gezondheidzorg, het onderwijs, de zaken- en financiële wereld, de bestuurders, de uitvinders, ingenieurs en computerprogrammeurs. Binnen in deze klasse zit een voorhoede, een creatieve klasse in engere zin, de bohemiens. Daarmee worden de kunstenaars en ontwerpers bedoeld. Deze creatieve klasse zorgt op twee manieren voor economische groei: In de eerste plaats door dat ze permanent nieuwe ideeën levert die bruikbaar zijn in de productie van goederen en diensten. In de tweede plaats door dat ze, en dat geldt met name de creatieve klasse in engere zin, de steden leefbaar maakt met haar bijzondere projecten en bijdragen, met haar muziek en toneel en film en andere kunstvormen. Als de steden leefbaar zijn en aantrekkelijk om in te wonen, zullen ze meer hoger opgeleiden aantrekken en dat alleen al is voldoende voor de schepping van werkgelegenheid en dus economische groei. Kunstenaars en ontwerpers spelen dus een belangrijke rol in dit economische model: enerzijds door hun creativiteit en anderzijds door hun bijdrage aan de leefbaarheid van de samenleving, met name de steden.

Maaike Burgers, Illustrator
Niet alleen economen omhelzen deze theorie, want de cijfers lijken te bewijzen dat omgevingen waar veel creatieve klasse mensen wonen economisch sterker zijn, maar ook bestuurders en ondernemers. De eerste groep is blij met de theorie want daarmee hebben ze een manier om het welzijn en de welvaart van hun steden te stimuleren: zorg er voor dat je meer kunstenaars in je stad laat wonen en je krijgt meer tolerantie, meer levendigheid en meer investeerders. Ook de groep van de ondernemers is blij met deze theorie. Vooral in tijd van economische crisis, en dat is eigenlijk altijd het geval want een ondernemer moet zich voortdurend bewijzen, ziet hij creativiteit als een manier om zich te onderscheiden van zijn tegenstanders, als een instrument om sneller nieuwe producten en diensten te maken die nog efficiënter en nog beter werken dan de vorige generatie producten. En kunstenaars en ontwerpers floreren in dit klimaat. Was in de vorige eeuw de BKR ingesteld, een vorm van sociale ondersteuning van een kwetsbare beroepsklasse, nu ontstaan er overal creatieve broedplaatsen en ondersteuning van de creatieve klasse in engere zin vanwege hun nut voor de grotere samenleving. Kunstenaars en ontwerpers zijn economisch nuttig geworden. Een groter verschil met de opvattingen van Marc Rothko is niet denkbaar.
Ik denk dat kunst nog iets anders is of zou moeten zijn dan een hulpje van de economie, hoewel ze niet buiten de economie staat. Net als Rothko en als Florida, maar beide om andere redenen, denk ik dat kunst een belangrijke rol speelt in onze samenleving. Maar niet omdat het creatief probleemoplossend werkt of ons creatieve probleemoplossingsvermogen stimuleert. Kunstenaars en vormgevers zijn producenten van visioenen en alternatieven voor de samenleving. Elk schilderij dat gemaakt wordt is een venster op een andere werkelijkheid. Elk gebouw dat gebouwd wordt laat zien hoe de wereld er ook uit zou kunnen zien. Elk meubel is een mediatie over de relatie van ons lichaam met de omgeving. Elke film die indruk maakt bepaalt een tijdlang hoe we onze werkelijkheid ervaren. Kunstenaars en ontwerpers zijn producenten van alternatieve werkelijkheden. Daarvoor is inderdaad ook een grote mate van creatief probleemoplossend vermogen nodig. De kunstenaar/ontwerper kan deze eigenschap vermarkten door ondernemers en bestuurders te adviseren en bij te staan bij hun problemen. Maar een kunstwerk is niet slechts het product van creatief probleemoplossend denken. Er zit verbeeldingskracht in, verbeeldingskracht die creativiteit paart aan maatschappijanalyse en inlevingsvermogen. Vanwege deze eigenschap is de kunst dus ook een instrument van de democratie, want het laat de mensen alternatieven zien, ‘kijk: zo kan het ook’. Maar dit kan alleen werken als de kunst niet direct in dienst van de economie staat, want dan verarmt het tot creatief probleemoplossend denken.
Op de eindexamenexpositie van de CABK, ArtEZ academie voor beeldende kunsten te Zwolle waren die alternatieven ruimschoots te zien. Kijk maar naar de droomwerelden van de illustratoren, de maatschappelijke betrokkenheid van de grafisch ontwerpers, de wisselwerking tussen kunst en onderwijs bij de docenten beeldende kunst, de intense analyses en materiaalgevoeligheid van de interieurarchitecten. En wat moet ik zeggen over de verbijsterende veelzijdigheid van de beeldende kunstenaars?
Kunst is veel meer dan probleemoplossend denken, het is kunst en ik wens deze nieuwe lichting kunstenaars en vormgevers heel veel geluk bij de belangrijke rol die ze vanaf nu in onze wereld gaan spelen.















Leave a Comment