In the Valley of Elah
‘In the Valley of Elah’, onbegrijpelijke titel, deprimerende gezichten en een trailer met beelden die armoedig aan doen. De mensen zijn moe en verdrietig, de omgeving is kaal en koud. Waarom zou je deze film moeten zien, is er al niet genoeg ellende?
‘The happy man only feels at ease because the unhappy bear their burdens in silence, and without that silence happiness would be impossible’, zegt Anton Chekhov in een van zijn verhalen. ‘There ought to be behind the door of every happy, contented man some one standing with a hammer continually reminding him with a tap that there are unhappy people; that however happy he may be, life will show him her laws sooner or later, trouble will come for him—disease, poverty, losses, and no one will see or hear, just as now he neither sees nor hears others.’
Het leven heeft wetten, hoe gelukkig iemand ook moge zijn, het leven zal hem die wetten vroeg of laat laten zien, en dan zal er net als nu ook niemand zijn die zijn verdriet zal horen. Aldus Chekhov. Kunstenaars en schrijvers, zegt Charles Simic in zijn artikel in de New York Review of Books over de nieuwe novelle van Philip Roth, zijn de mensen die de gelukkige onwetenden zo nu en dan met hun hamer slaan en hen herinneren aan de wetten van het leven, aan het verdriet, de armoede en het verlies, dat onvermijdelijk langs gaat komen.
‘In de Valley of Elah‘ is zo’n hamer. En deze hamer slaat keer op keer stevig op de toeschouwer in. Het verhaal, ik zal proberen de clou niet weg te geven en ook niets over de afloop te zeggen, gaat over de verwerking van de oorlog in Irak door de soldaten die er in vechten en hun dierbaren in de USA. Het gaat over de psychologische ontreddering van de jonge soldaten, over hun morele dilemma’s: Thuis hebben ze geleerd dat je niet mag doden en op het slagveld moet je doden. En dat kan niet anders dan innerlijke botsingen en angsten opleveren: angst voor zelfbehoud en de angst voor de eigen agressie. Daar moeten ze een plek voor vinden en waarschijnlijk gebeurd dat ook wel in het Amerikaanse leger, net zoals de Nederlandse soldaten bij terugkeer van Afghanistan op een eiland in de Middellandse Zee een programma krijgen om de gebeurtenissen en hun emoties een plaats te geven.
De ouders van zo’n soldaat wachten in de film op de terugkeer van hun zoon. Maar die blijkt na aankomst op Amerikaase bodem verdwenen te zijn. De vader, ijzersterk gespeeld door Tommy Lee Jones, laat het er niet bij zitten en probeert zijn zoon terug te vinden. Hij is zelf vroeger in dienst geweest en weet dus wel iets over de de gewoonten in het leger. Hij wordt ondersteund door een politieagente, gespeeld door Charlize Theron.
Hij vindt al snel het mobieltje van zijn zoon, beschadigd, maar een techneut kan er wel een aantal video’s afhalen die blijkbaar in Irak zijn gemaakt. Deze films, in flarden, maar in sommige delen goed zicht- en hoorbaar, laten vermoedens van gebeurtenissen zien, rafels van werkelijkheid. Die voor de vader soms wel en soms niet iets proberen te zeggen over wat er daar, in de oorlogszone, gebeurd is. Het verhaal ontwikkelt zich als een detective: samen met de politieagente worden er aanwijzingen over de zoon gevonden, mensen ondervraagd, doodlopende stegen ingegaan en meer en meer een coherent verhaal gemaakt over de verdwijning van de zoon. Ik zal daar niet verder op ingaan, want het is een goed en spannend verhaal, dat het waard is zichzelf te laten vertellen.
Ik was dus onder de indruk van de film, maar ook was ik geïntrigeerd door de titel. Tommy Lee Jones is op een avond voor de maaltijd uitgenodigd door Charlize Theron, de politieagente die tevens een alleenstaande moeder is. Bij het aan tafel gaan vouwt hij zijn handen in gebed, iets wat Charlize niet doet. Het zoontje, klaarblijkelijk gefascineerd door het onbekende ritueel, doet hem na. In de volgende scène wordt het zoontje naar bed gebracht en wordt Tommy Lee Jones gevraagd hem voor te lezen. Het voorleesboek wordt door hem als onbegrijpelijk aan de kant gelegd. In plaats daarvan verteld hij een verhaal. Hij begint met de jongen te vragen of hij weet waar diens naam, David, vandaan komt. De jongen weet dat niet, iets wat Tommy Lee Jones wel had gedacht. Daarop vertelt hij hem het verhaal van koning David uit de bijbel, uit 1 Samuel 17.
Heel in het kort vertelt hij dat de Israëlitische en de Filistijnse legers tegenover elkaar lagen, met tussen hen in de Valley of Elah, het Eikendal. Elke dag komt er een reus, Goliath, uit het Filistijnse kamp en beledigd met groffe taal de Israëlieten. Die zijn doodsbang en durven hem niet uit te dagen. Dan komt er een jonge herdersjongen, David, en zegt tegen de Israëlitische koning Saul, dat hij de reus wel zal verslaan. Hij krijgt vervolgens de wapenuitrusting des konings omgehangen, maar die legt hij snel weer af: veel te zwaar en te onhandig. Hij zoekt een paar gladde stenen voor zijn slinger, loopt op de schreeuwende reus af en gooit hem goed getimed een steen tegen zijn voorhoofd. Hij valt neer op de grond en met diens eigen reusachtige zwaard onthooft David hem.
Tommy Lee Jones legt in zijn verhaal vooral de nadruk op de moed van David. De jongen vraagt aan de man of David niet bang is geweest en hij vertelt dat koning David natuurlijk bang is geweest. Maar hij was ook moedig. Hij had zijn moed vooral nodig om te wachten totdat de vreselijke reus dichtbij genoeg was om hem dodelijk te treffen. De jongen vraagt aan Tommy Lee Jones of hij wel eens reuzen moet bevechten. ‘Jazeker’, is het antwoord, ‘all the time’. Moed is geen garantie dat je de reus zult vellen, maar het is het enige dat je hebt.
Het tastbare resultaat is, dat het jongetje David de deur van zijn slaapkamer ’s nachts op een kier durft te laten staan, in plaats van helemaal op te laten. Dat gebeurt trouwens in een meesterlijk driehoeksspel tussen de jongen, de man en de moeder. De jongen trekt zich op aan het oorlogsverhaal uit het verre verleden, uit de moed van een jonge naamgenoot.
De boeken van Samuel, waarin het verhaal over de reus Goliath voorkomt, zijn nogal oud. De teksten stammen uit ongeveer 2800 jaar geleden en gaan over een periode die misschien 100 a 200 jaar ouder is. De relaties tussen mensen onderling en tussen God en mensen is diep psychologisch doorvoelt. Het is bijzonder indrukwekkend om te zien hoe David zich bijvoorbeeld ontwikkelt van een jonge, dappere, maar ook op geld beluste herdersjongen (die als eerste zin de vraag ‘wat schuift het?’ in de mond neemt, als hij vraagt naar de beloning voor het ombrengen van de reus) naar een oude, luie, op sex beluste man, die zonder al te veel wroeging de man van zijn vriendin laat ombrengen.
Wat verontrustend is in deze verhalen, is dat er niet, zoals in de bijbelse verhalen die later opgeschreven zijn, een causaal verband bestaat tussen vroomheid en Gods zegen of slechtheid en veel ongeluk. Nog later in de bijbelse geschiedenis wordt deze automatische verbinding bekritiseerd door het boek Job, dat vertelt dat ook goede mensen een ellendig leven kunnen lijden. Maar in de boeken van Samuel wordt er nauwelijks een poging gedaan om politiek correct te handelen. Saul bijvoorbeeld, de voorganger van David als koning van de Joden, weigert een tegenstander om te brengen en daardoor wordt hij uiteindelijk van zijn koningschap berooft. David, die op veel terreinen een nog minder lievertje is dan Saul, wordt een nageslacht beloofd dat zijn koningschap zal blijven erven. Dus geen verband, of in ieder geval geen duidelijk inzichtelijk verband tussen moreel gedrag en een gezegend leven.
David’s geloof, zoals dat hier en daar in de boeken van Samuel beschreven wordt, heeft minder met moraliteit en meer met moed van doen dan de latere bijbelboeken willen doen geloven: er is een grote ambivalentie in menselijke zaken, maar ook in de beelden die de mensen van God hebben, een God die wat lijkt te experimenteren en die zonder enig bezwaar bereid is om een experiment (Saul als koning) te beëindigen en te vervangen door een nieuw experiment (David als koning).
Wat levert deze bijbelse connexie op voor de betekenis van de film? De angst van de jonge David wordt bestreden door het voorbeeld van de dappere koning David uit de bijbel. Het lijkt erop dat de oudere man, Tommy Lee Jones, de vader van de verdwenen Amerikaanse Irak-soldaat, ook iets aan het verhaal heeft. Misschien wel dezelfde angst-bestrijding. Misschien dat oorlog in al die eeuwen niet echt van karakter veranderd is, en dat het nog steeds gaat over het bestrijden van reuzen en uiteindelijk van je eigen angst. Maar ook dat er geen duidelijke oplossing is voor de morele problemen die zo’n oorlog oproept. De film eindigt namelijk niet met een duidelijke conclusie of met een simplistische hoop. En dat is in ieder geval een verrassende overeenkomst tussen het min of meer amorele bijbelse David-verhaal en deze film.















Leave a Comment