Een Rijnreisje
Inleiding

In de vakantie ben ik wezen fietsen langs de IJssel via de Rijn tot aan Basel. De aanleidingen daarvoor zijn zoals altijd nogal willekeurig. Eigenlijk wilde ik een week of twee gaan lopen, maar geen enkele route die mij aantrekkelijk leek had voldoende campings onderweg, dus zou het nogal kostbaar worden. En verder had ik in mijn herinnering de verhalen over voorouders die ergens in het begin van de 20ste eeuw een ‘Rijnreisje’ gemaakt hadden.
Ik ben eigenlijk altijd wel vaag nieuwsgierig geweest naar hun ervaringen en vooral naar hun redenen: wat dreef hen ertoe om hun boerderij over te laten aan hun kinderen en arbeiders en langs de Rijn te trekken richting de Zwitserse Alpen? Wat voor een ervaringen hoopten zij op te doen? Met welke verhalen kwamen zij weer thuis? Wat hebben ze gezien?
In de familiealbums zijn er een paar foto’s te vinden, maar teksten zijn mij verder niet bekend en mensen zelf zijn allang overleden, dus kan ik het hen niet meer vragen. Een rijnreisje met een rondvaartboot leek me niet interessant en ik heb het geld er ook niet voor, dus een fietsreis lag voor de hand. Temeer, daar het al spoedig duidelijk werd dat er voldoende campings langs de Rijn lagen.
De tocht
Dus ik op pad. Eerst een plan gemaakt, naar Deventer gegaan en daar in de kaartenwinkel een aantal fietskaarten gekocht en de route bestudeerd. Mijn inschatting was, dat ik in zo’n 10 dagen naar Basel zou kunnen komen. Elke dag zo’n 100 km fietsen op mijn ligfiets, dat moet kunnen. In feite heb ik het iets sneller gedaan, maar de tocht is goed te doen. Voor de statistici onder u, of voor degenen die deze tocht ook willen maken, geef ik hier de afstanden, hoewel er heel goede kaarten en routebeschrijvingen te krijgen zijn.
Dag 1, van Groot-Zwolle langs de IJssel tot aan Kalkar. De afstand was zo’n 135 km. Bewolkte lucht, zo nu en dan zon.
Mais waar vroeger graan of gras groeide, Boerderijtypen die gedurende de tocht langzamerhand veranderen, overblijfselen van bunkers uit WOII en uit de koude oorlog (een commandocentrum van de Bescherming Bevolking tussen Zwolle en Deventer), Dijken, een villa ‘Quartre Bras’ in de buurt van Doetinchem en daarmee verwijzend naar 1815
en als laatste een kerncentrale die veranderd is in een pretpark: allemaal verwijzingen naar diverse geschiedenislagen in de Rijn en omgeving.
De bergen op de koeltoren in Kernkraftwunderland Kalkar zijn overigens erop geschilderd door studenten van de kunstacademie in Zwolle.
Dag 2, van Kalkar naar Stürzelberg, tussen Neuss en Dormagen in, via Xanten, Rheinberg, Duisburg en Dusseldorf. Zo’n 130 km. ’s Ochtends bewolkt, ’s middags zon.
In Xanten zijn nog opgravingen te vinden die herinneren aan de Romeinse aanwezigheid aldaar. Er is daar een Romeins themapark te vinden. Maar, hoewel ik er nauwelijks iets van gezien heb, meende ik dat in het Nibelungenlied Xanten vernoemd is als plek waar Siegfried de draak Fafnir verslagen heeft. ‘Nibelungen’ heb ik ook altijd verbonden met de nevels die uit de moerassen van de Nederrijn opstegen. Ik heb één straat gezien die verwees naar deze sage uit de 6e eeuw, ik meen de Siegfriedstraße, maar het kan ook Hagenstraße geweest zijn.
Vooral in de grote steden Duisburg en Düsseldorf ben ik een aantal keren stevig verdwaald. Op de een of andere manier is een ligfiets niet zo geschikt om subtiele richtingaanwijzingen te begrijpen, òf omdat ik te snel ben, òf omdat ik te laag ben. Ik denk het laatste. Ook in Düsseldorf ben ik twee keer verwaald en heb ik heel wat moeten lopen met mijn topzware ligfiets voordag ik weer een weg tegenkwam waar ik mocht fietsen. Een paar aardige Duitsers hebben me uiteindelijk de goede kant opgestuurd. En dat voor een stad die zich ‘de fietsstad van NordRhein Westfalen’ noemt. Er zijn trouwens voortdurend kleine verschillen tussen de routes op de kaart en de corresponderende borden langs de weg. Ik heb zelfs een keer meegemaakt dat het bord 180 graden andere kant op wees dan de kaart aangaf. Misschien moet ik geen route gaan volgen, maar mijn eigen route gaan uitstippelen.
Wat deze dag vooral opvalt aan de route zijn twee dingen: enerzijds de enorme handels stromen die door de Rijn gaan en anderzijds de grote industrie die aan de oevers van de rivier is opgebouwd.
En natuurlijk hier ook overblijfselen van de geschiedenis: In het Neanderthal van het riviertje de Düssel, een paar kilometer ten oosten van Düsseldorf, zijn overblijfselen van de Neanderthalers gevonden, dus nog ouder dan 30.000 jaar geleden…
Dag 3, van Stürzelberg naar Koblenz, via Keulen en Bonn en Remagen. Circa 145 km. Zonnig weer.
Naast mais en graan en bossen heb ik nu ook wijngaarden gezien, voorlopig nog aan de oostzijde van de Rijn.
Veel industrie, vooral in Dormagen, waar Bayer en Ford grote vestigingen hebben, en tussen Bonn en Koblenz. De oude koeltorens zien er in hun nonchalante verval nog steeds schitterend uit. De skyline van deze streek wisselt tussen bossen en fabriekstorens. Waar vroeger dorpen en steden gegroepeerd werden rondom een hoge kerktoren, is nu het uitzicht chaotischer. Het lijkt wel of de fabrieken proberen te concurreren met de vroegere dominante kerktorens.
Veel Nordic Walkers, in de verhouding van ca 1 man op 5 vrouw. Ook bij de joggers zijn de vrouwen in de meerderheid.
Heel veel binnenvaartschepen, waarvan misschien wel meer dan de helft Nederlands.
En de enige twee andere ligfietsen dan de mijne gedurende deze tocht. In Keulen heb ik een poosje gesproken met een van deze ligfiets-fietsers. Hij vertelde me onder andere dat ik maar niet op de routes van de kaarten moest vertrouwen: deze waren behoorlijk nieuw en nog lang niet goed uitgewerkt. Ik kon gewoon aan linker of rechter kant van de Rijn blijven rijden en de gewone fietsbordjes naar de volgende stad in de gaten blijven houden, dan zou alles goed komen.
In Remagen was geen brug te zien, ondanks de gelijknamige film. Teleurstelling, maar de Duitsers hebben het geprobeerd goed te maken door een museum te bouwen bij de ruïnes van een van de brugpijlers: een Friedesmuseum.
In Koblenz aangekomen heb ik een plaatsje gevonden op de camping tegenover het Deutsches Eck. Daar, op dat Deutsches Eck, de hoek waar de Moezel stroomt in de Rijn, staat een enorm ruiter-standbeeld met daaronder de tekst: ‘Wilhelm dem Großen’, verwijzend naar Wilhelm I Hohenzollern, die in 1870 de Duitse vorstendommen met geweld verenigde tot het groot Duitse rijk. Ik nam aan dat dit standbeeld in die tijd gebouwd was, maar dat bleek pas eind 19de eeuw gebeurd te zijn. In WOII werd het vernietigd, net zoals de meeste binnensteden langs de Rijn, en het werd onder veel protest weer opgebouwd in 1993, met een gift van de de familie Thyssen, de staalbaronnen. vermoed ik.

Dag 4, van Koblenz tot aan Oppen- heim via de Lorelei, Bacharach, Bingen en Mainz, ca. 140 km, zeer warm, later was het volgens een aantal mensen die ik sprak overdag zo’n 35 graden. Ik ben een paar keer in de schaduw gaan liggen voor een powernap.
Erg veel kasteeltjes langs de Rijn, tussen bergen en wijngaarden, die nu ook aan de westkant te vinden zijn.
Verder zag ik nauwelijks allochtonen, blijkbaar is dit toeristisch landschap voor hen niet bijster interessant.
De Lorelei was vroeger bekend door het gedicht van Heinrich Heine, waarin hij een typisch Duits heimwee beschrijft:
“Ich weiß nicht, was soll es bedeuten, Daß ich so traurig bin; Ein Märchen aus alten Zeiten, Das kommt mir nicht aus dem Sinn.”
En zo gaat het verder over de mooie dochters van de Rijn die heur haar kamden en hun liederen zongen. Dit gezang:
“(…) hat eine wundersame, Gewaltige Melodei”
waardoor de schippers, al het praktische vergetend, zich met schip en al op de rotsen storten. Op de Lorelei is momenteel geen dochter van de Rijn meer te zien, en is vooral interessant vanwege de enorme drukke Rijnvaart: veel binnenvaart en veel rondvaartboten, en tegelijk aan beide oevers drukke snelwegen en treinverkeer.
Tussen de Lorelei en Bingen an der Rhein, waar Hildegard van Bingen vandaan lijkt te komen, ligt het wijndorp Bacharach, waar wellicht Burt Bacharach, de grote muzikus, zijn naam vandaan heeft. Bacharach, stadje van torens, wijn en kastelen, zoals ze zich aanprijst aan de grote hoeveelheden toeristen die in bussen en cruiseschepen aangevoerd worden.

Bij Mainz is nog een enorm industriegebied, maar verder veel landbouw (mais en wijn) en toerisme. In Mainz staat een enorm sombere St Martins Dom. In deze Kathedraal is Frederick Barabarossa in 1188 zijn kruistocht begonnen, de derde als ik het mij goed herinner en die eindigde in zijn dood, verdronken, zwemmend in een riviertje in Turkije.
Erbinnen, juist vanwege het contrast met de somberheid, twee zeer interessante glas-in-lood ramen. De twee ramen zijn van de kunstenaar Johannes Schreiter, die oa lesgegeven heeft aan de kunstacademie van Frankfurt am Main, waar hij ook nog een paar jaar directeur van geweest is.
“Ja, ich glaube tatsächlich, dass Kunst nicht nur informieren, sondern auch, vielleicht sogar vor allem, provozieren und aufrütteln soll. Die Grundaufgabe der Kunst ist ähnlich wie die der Schöpfung: es sollen uns die Augen geöffnet werden für den Schöpfergott und das kann gute Kunst. (…) Man muss aber schon klar machen, dass Kunst niemals eine Art Erlösungsfunktion übernehmen kann. Andernfalls hätte Gott sich die Menschwerdung seines Sohnes sparen können.”
(Uit een interview met hem in het tijdschrift Dran uit februari 2003.)
Na Mainz door wijngebied gereden: Bodenheim, Nackenheim, Nierstein en uiteindelijk in Oppenheim op het terrein van een strandtent aan de Rijn mijn tentje kunnen opzetten. ’s Avonds een heel lekkere fles Riesling uit de streek opgedronken samen met een gepensioneerd (“we hoeven nooit meer te werken“) Nederlands echtpaar die vanaf Rome zijn komen fietsen.
Dag 5, van Oppenheim via Alzheim (waar de Alzheimer wonen), Worms, Frankenthal, Ludwigshaven (verdwaald in deze streek tegenover Mannheim, in een poging om niet IN Mannheim te verdwalen), Altrip, Speyer, Germersheim, Wörth am Rhein naar Neuburg am Rhein, aan de westkant van de Rijn tegenover Karlsruhe. Ca. 150 km. Onweer, stormen en veel regen.
’s Nachts had het al geregend en ik was vergeten de rugleuning van mijn ligfiets in de tent te leggen, dus niet alleen was de tent nat bij het inpakken, maar ook mijn rug toen ik begon te fietsen. De rozevingerige dageraad was inderdaad weer ontroerend mooi, maar ook een voorbode van meer regen.
De Dom van Worms alleen van de buitenkant gezien, want die was nog dicht op het moment dat ik langskwam. Verder heel veel verwijzingen gezien naar de Nibelungen: Hagenstraat, Nibelungenbrug en een paar afbeeldingen van Fafnir, de draak. Ik ben vergeten wat Worms met de Nibelungen heeft, misschien dat Siegfried daar zijn burcht had, of Brunhilde of zo.

De Dom zu Speyer, een enorm gebouw, is veel lichter en opgewekter van binnen dan de kathedraal van Mainz. In deze Dom is een hele zijkapel gewijd aan Edith Stein, “Judin, Atheistin, Christin, Karmelitin, Märtyrin“, zoals de gedenkplaat in de kathedraal het benoemt. En de tekst vervolgt met “Wer die Wahrheit such, such Gott, ob es ihm klar ist oder nicht. Edith Stein, 1891-1942“. Het plein voor de kathedraal is ook vernoemd naar Edith Stein. Onderweg, ergens in de buurt van Oppenheim meen ik, heb ik een schoolgebouw gezien dat vernoemd is naar Dietrich Bonhoeffer, ook al een martelaar in Nazi Duitsland. Het ziet er naar uit dat de Duitsers uit de Tweede Wereldoorlog helden halen waarmee ze verder kunnen. Een goed streven, dacht ik zo.
Ik was van plan iets verder door te reizen. ‘Munchhausen’ klonk wel leuk en er stond een camping op de kaart. Maar ik was doornat en mijn slaapzak was waarschijnlijk ook nat geworden. Hiernaast een foto van mijn fiets onder een afdak, schuilend tegen de regen en het onweer.
Dus heb ik voor één keertje een pensioen in Neuburg am Rhein opgezocht, zodat mijn kleren en slaapzak een beetje konden drogen. De familie die me opving was erg gastvrij, en verzorgde me met goed Duits bier, nog wat te eten (“Jeden abend essen wir ein Wurst“) en een uitstekend ontbijt de volgende ochtend.

Dag 6, van Neuburg am Rhein via Strassbourg en Kehl naar Breisach am Rhein, ca. 170 km. Een enkele bui, maar ook zon. Waar de Lauter, voor een deel de grens tussen Duitsland en Frankrijk, bij Lauterbach in de Rijn stroomt, vindt je moerassen die je een blik gunnen op de pre-historie, de fase waarin hier eerste nederzettingen gemaakt zijn en waarin mensen in uitgeholde boomstammen jaagden op vis en vogel. Ik heb buiten Israël nog nooit zoveel ooievaars bij elkaar gezien.

Maar tegelijk vindt je ook kiezel-industrie langs de Rijn, zowel aan de Duitse als aan de Franse kant.
Rechts het gebouw van het de Raad van Europa in Strassbourg (met rechtsonder tegen een vlaggemast aan, een ligfietsje).
In Kehl, aan de andere Rijnoever van Strassbourg, ben ik mijn fietskaart voor het laatste deel van de route verloren. Stom natuurlijk, maar met behulp van de kaartjes in de bushokjes ging het toch wel aardig goed. Het enige probleem was, dat er geen fietsroutes op staan. Nu is dat in Duitsland niet helemaal een probleem: fietswegen, in ieder geval langs de Duitse Rijn, zijn zelden geasfalteerd. Meestal zijn het grindwegen, waarschijnlijk vanuit een vreemd idee van ‘natuur’ ontstaan. In Frankrijk en Nederland is dat veel beter geregeld. Wil je dus opschieten en de kans op een lekke band verminderen, zorg dan dat je niet op een natuur-fietspad fietst. Het nadeel dat kleefde aan deze strategie die ik na het verlies van mijn routekaart volgde was deze: omdat ik de busroutes fietste, is het voorgekomen dat ik op me een snelweg begaf. Automobilisten toeterden me vrolijk toe, terwijl ik terechtwuifde. Me pas later realiserend, dat ze me van de weg af wilden hebben. Maar goed, toen zat ik al op de camping in Breisach te genieten van een groot koel glas Hefe Weißen. Goed bier hebben de Duitsers, maar dat heb ik waarschijnlijk al eens gezegd.
Dag 7, van Breisach am Rhein naar Basel, ca. 65 km. Veel zon, maar gelukkig al snel in Basel.
Dit keer, met de snelweg van gisteren nog vers in gedachten, ben ik maar weer over de kiezelpaden gefietst, vlak langs de Rijn, tot aan Wehl am Rhein, waarna ik door een industriegebied de eerste woonwijken van Basel binnenkwam. Veel bossen onderweg, veel watervalletjes in de Rijn, of een zijstroom van de Rijn, heel veel maisvelden.
En daarna met de nachttrein vanuit Basel SBB weer terug naar huis. Het blijkt dat ik er 3 dagen sneller over gedaan heb dan ik ingeschat had.
Conclusie
Wat hebben mijn voorouders gezien langs de Rijn? Wat heb ik gezien? Wat zien al die toeristen in hun cruisschepen en wat zien de binnenvaartschippers op de Rijn? Wat zien de bewoners van de wijngaarden en de stadjes? Wat zien de fabrieksarbeiders van Bayer of Ford?
De mooie steden langs de Rijn, Keulen, Bonn, Koblenz (zoals hier rechts op de foto) lijken op eerste gezicht zoals ze er in de 19de eeuw uitgezien moeten hebben: volgens het Romantische ideaal. Kerk in het midden, binnenstad met vakwerkhuizen in steegjes met niet geometrische patronen er omheen gegroepeerd. De toerist krijgt, in ieder geval als hij met zijn fiets de fietspaden volgt, dit beeld duidelijk voorgespiegeld.
Ook de kasteeltjes horen bij dit beeld. Idyllisch gelegen op een bergtop of in het stroombed van de rivier.
En naast deze romantische opvatting van de geschiedenis krijgt hij een bepaald ideaalbeeld van de natuur te zien. Oerbossen, onberoerd door menselijk ingrijpen, buiten het zicht van de snelweg en liefst, maar dat is bijna onmogelijk, afgeschermd voor het hedendaagse industriele lawaai.
Veel van de gebouwen die ons zo voorgespiegeld worden, zijn niet verweerd. Ze vertonen (nog) geen sporen van menselijk gebruik, terwijl ze tegelijk doen alsof ze oud zijn. Ze zijn oud in vorm, maar niet in materiaal.
Het gevoel dat ze me geven heb ik jaren geleden ook eens gehad. We zijn toen naar Disneyland Paris gegaan. We wilden eigenlijk een paar dagen met de kinderen naar Parijs, maar de jongens wilden naar Disneyland. Het compromis was: 1 dag Disneyland en de rest van de tijd in Parijs. De ervaring was merkwaardig en gecompliceerd. Ik vermoed dat mijn eerste en oppervlakkigste gedachte was: Disneyland is met opzet gemaakt om mij een bepaalde ervaring te geven en omdat ik dat weet, heeft het geen effect meer, of: echte ervaringen overkomen mij onafhankelijk de manipulaties van andere mensen toch wel.
Maar toen wij er eenmaal waren, overkwam me toch ook een zekere bewondering voor de architecten van dit park: de professionaliteit waarin de verschillend gebeurtenissen op elkaar afgestemd waren was bepaald indrukwekkend. Elke keer als je ergens iets gedaan had, dan vroeg je je af: wat gebeurt daar, om de hoek, en wat is daarginder te beleven?
Daarmee hadden de ontwerpers van Disneyland voor mij in ieder geval bewezen toch in staat te zijn bepaalde ervaringen op te roepen in het bezoekende publiek. En toch, en toch…
En toch bleef er iets hangen, het gevole van iets kunstmatigs. ’s Avonds, toen we met de metro teruggingen naar ons hotel, zagen we een clochard dronken op een bankje liggen en waren twee groepen allochtonen tegen elkaar aan het schreeuwen, terwijl een paar zwaar bewapende gendarmes tussenbeide probeerden te komen. Dit waren de dingen waar de jongens het de volgende dag nog over hadden, en niet de attracties van Disneyland. Er is iets cleans aan een attractiepark, iets wat in de ‘echte’ wereld niet zo bestaat. Het verschil, of in ieder geval één van de verschillen, is het gegeven dat de gebeurtenissen in de ‘echte’ wereld niet geregiseerd worden en die in het attractiepark wel. Zo’n ruzie tussen allochtonen en gendarmes kan behoorlijk uit de hand lopen…
Ik heb hierboven woorden gebruikt als ‘iets kunstmatigs’ en ‘echte wereld’, alsof je daar een duidelijk verschil tussen kunt maken. Dat kan ik niet en daar wil ik duidelijk in zijn: alles is echt en alles is onderdeel van een echte wereld. Maar toch is er een verschil tussen de ervaring van geregisseerdde pret in Disneyland en het bijwonen van een ongeluk dat niet geregisseerd is. En dat verschil bestaat niet tussen pret enerzijds en ongeluk anderzijds. In de film The Game van David Fincher met Michael Douglas in de hoofdrol, raakt hij Michael verzeild in een spel, geregisseerd gedeeltelijk zonder dat hij het weet, waarin hij steeds meer vernederd en gepest wordt. En ook dat kun je vatten onder een ‘door mensen geregisseerde ervaring’.

Het nadeel van zo’n ervaring is, dat het meestal een nauw idee behelst van wat mensen interessant vinden, of belangrijk. Als een fietspad je dwingt langs ‘ongerepte’ natuur te gaan (‘ongerept’ staat tussen aanhalingstekens, om dat er natuurlijk geen stukje ongerepte natuur bestaat: alles langs de Rijn is als duizenden malen op de schop geweest) of langs een ‘authentieke’ binnenstad, dan betekent dat, dat de regisseurs van deze fietsroute andere dingen minder interessant vinden. Er is minder ruimte voor plotselinge ontdekkingen of toevallige vondsten. Alleen door te verdwalen of door mijn eigen routes op te stellen kwam ik langs industriele complexen, langs verweerde koeltorens en ook langs saaie, uitgestrekte maisvelden.
De vraag is of de bouwmeesters van de fietspaden en van de Duitse steden naar de verwoestingen van de Tweede Wereldoorlog dit kunnen voorkomen. Kunnen ze routes en gebouwen maken die minder voorspelbaar zijn en passen binnen een een nauw omschreven canon van wat mooi en acceptabel is?
Voor wat betreft de routes: ik vermoed dat je met behulp van GPS systemen meer en minder ingevulde routes kunt maken. Dus zouden er minder fietsroutes op kaarten en op borden moeten komen te staan, maar mogelijkheden op je mobiel om te kiezen voor ’sneller en veiliger’ of ‘onzekerder’ of ‘random’ routes.
Voor wat betreft de gebouwen zijn er de laatste jaren diverse architecten geweest die hier interessante oplossingen voor gevonden hebben. Eentje heeft in juist in Keulen gebouwd: Kolomba museum in Keulen, gebouwd door Peter Zumthor, de Zwitserse architect waar ik in een vorig blogje al over gehad heb. Deze heeft geen poging gedaan om de oude kerk weer in vorm op te bouwen. Hij heeft de diverse overgebleven lagen over elkaar laten liggen en daarboven weer een nieuw gebouw neergezet. Zo laat hij de diverse lagen van de geschiedenis op elkaar zichtbaar zijn.
Dat zelfde hebben de conservatoren van de aartsbisschoppelijke collectie van het museum gedaan: oud en nieuw bij elkaar gezet, zonder dat dat een probleem geeft. Het laat juist iets zien van de mogelijkheden van de menselijke geest. En geeft bovenal een grote hoeveelheid vrijheid aan deze geest om zijn verbeeldingskracht te gebruiken. Want misschien is dat wel ten diepste datgene waar ik naar op zoek ben als ik probeer onderscheid te maken tussen ‘echt’ en ‘onecht’ of (iets beter) tussen ‘niet geregisseerde’ en ‘geregisseerde’ emoties. Misschien bedoel ik wel het verschil tussen dingen dingen die de verbeeldingskracht van de mens stimuleren en dingen die dat niet doen, die in plaats daarvan alleen het vertrouwde stimuleren.
Als mensen nu een Rijncruise maken, net zoals mijn voorouders, en ze willen hetzelfde meemaken, dan wordt alleen het vertrouwde gestimuleerd. Zo zou je dat moeten kunnen invoeren in het mobieltje van de (nabije) toekomst: ‘vertrouwde ervaringen’, ‘vertrouwde ervaringen met …% aan randomness (zelf een percentage in te vullen)’ en ‘volledig random ervaringen (met alleen in te vullen begin- en einddatum en -plaats)’















Leave a Comment