Een contemporaine bedevaartskapel
In het heuvelachtige landschap van de Duitse Eiffel, ergens binnen de driehoek Keulen, Aken en Koblenz, ligt een onwaarschijnlijke kapel. Onwaarschijnlijk vanwege de architectuur en vanwege de plek.
Om met het laatste te beginnen: er is in de omgeving van de kapel geen enkele aanwijzing te vinden dat hier iets opmerkelijks is neergezet. Het landschap is heuvelachtig, er staan loofbossen en naaldbossen, er wordt graan en wijn verbouwd en koeien gefokt. Het is wel een Rooms-katholieke cultuur, gezien de wegkapelletjes, maar dat aspect bereidt de bezoeker niet voor op het onwaarschijnlijke bouwwerk, dat temidden van deze brave, bijna middeleeuwse en in ieder geval sinds de 30-jarige oorlog nauwelijks veranderde omgeving, op de pelgrim wacht.
Het is duidelijk een pelgrimskapel, daar de bezoeker er alleen te voet kan komen. Misschien dat je er met een SUV en zeker met een trekker kunt komen, maar niet met een burgermanskarretje. Het dorp Wachendorf, moe van de vele pelgrims/toeristen die hun auto’s op hun stoep plaatsten, heeft naast hun sportterrein een aparte parkeerplaats gemaakt, gelardeerd met Dixi’s en wegwijsbordjes, waarop vermeld staat dat de kapel een 20 minuten wandelen verderop ligt. Een parkeerplaats te midden van dit rurale landschap! Dat zegt in ieder geval iets over de aantrekkingskracht van dit project.

Goed, nu eerst de feiten: Een boer Hermann-Josef Scheidtweiler uit Wachendorf heeft een goed leven geleefd. Hij is dankbaar voor het vele goede dat hij heeft mogen ontvangen en besluit om deze dankbaarheid te vertalen in het bouwen van een kapel op zijn land. Hij is een groot bewonderaar van een religieuze atleet, Nikolaus von der Flüe, uit Zwitserland, patroonheilige oa van de katholieke plattelandsorganisatie waarin Hermann-Josef en zijn vrouw Trudel hun leven lang hebben gewerkt. Deze Bruder Klaus is net als Scheidtweiler boer geweest, maar is vanaf 1466 de laatste 20 jaar van zijn leven een kluizenaar in Flüeli-Ranft geweest, ten noord-oosten van Luzerne, waar zijn kluis nog steeds te bezichtigen is. Hij leefde, volgens de legende, zonder hoofddeksel en schoeisel, alleen op een dieet van hosties, maar zijn zoon vertelde dat hij dit karige dieet aanvulde met een stukje brood en wat gedroogde peren zo nu en dan. Hij gaf raad aan vele politici van zijn dagen, die blijkbaar in grote getale zijn kluis kwamen bezoeken, en hij had vele visioenen. Een van deze vergezichten ging over een toren die hij eens zou gaan bewonen. Scheidtweiler wilde zo’n toren voor Bruder Klaus bouwen. En hij stuurt een brief aan Peter Zumthor, de beroemde Zwitserse architect, die net begon te bouwen aan het Kolumba museum in Keulen.
Deze architect, zelf ook een soort van kluizenaar, maakt een ontwerp dat Hermann-Josef en zijn familie en vrienden en buren in de loop van de laatste drie jaren hebben uitgevoerd.
De buitenkant is een betonnen hoekige toren van 12 meter hoog. Bij nadere beschouwing zijn er maar een paar details te zien, en geen ervan erg opmerkelijk: het beton, geel als het leem van de naburige grond, is in meerdere lagen opgebouwd en bevat op regelmatige afstanden gaten waarin metalen ringen te zien zijn. Maar de grote vlakken zijn het meest dominant. En de deur natuurlijk: een grote metalen driehoek, zwaar in het gebouw en zwaar te bewegen.
“Ist das ein Wasserturm oder ein Silo?”
heeft al diverse bezoeker gevraagd aan boer Scheidtweiler.
“Silo gefällt mir gut. Da wird ja auch etwas Lebendiges drin aufbewahrt.”
Aldus de WDR bij de wijding van de kapel op 19 mei 2007.
Vlak boven de deur is het enige te zien dat een religieuze functie aan de buitenkant verraad: een eenvoudig kruisje. Ook is er een kleine placquette aangebracht met als tekst:
“Kapelle, gebaut zum Lobe Gottes und der Erde
eingesegnet im Mai 2007
gewidmet dem heiligen Bruder Klaus, 1417-1487
Friedensstifter,
Mystiker
und Einsiedler in den Schweizer Bergen”
Aan de binnenkant is de kapel echter spectaculair anders dan de modernistische, gestileerde buitenkant.
Het is zwart, het ruikt naar regen en houtskool, er ligt een rommelige metaalachtige vloer, waar een plasje water op ligt. De bovenkant is gedeeltelijk open. De wanden vouwen zich als een tent naar boven toe, maar deze wanden zijn niet glad zoals de buitenkant, maar zijn zwart gekarteld en gerafeld.
Er hangt een bakje met kaarsen, een beeldje van de heilige, niet erg naturalistisch en een soort van wiel hoog aan de muur. Naast het beeldje staat een vaas met verse bloemen. In de muur is een soort wiel aangebracht, eveneens naar een visioen van Bruder Klaus, een soort van Christus-symbool.
Dit zijn, samen met de placquette en het kruisje aan de buitenkant, de enige verwijzingen naar de betekenis van het gebouw als kapel, want dat zijn ook de zaken die je verwacht in de Dom te Keulen of een weg-kapelletje in de omgeving van deze Bruder Klaus Kapelle. Maar verder helpt de kennis van de kerkelijke bouwkunst niet om deze kapel te duiden.
Aan de buitenkant is het de toren waar Bruder Klaus in een visioen wilde wonen. Of de silo “waarin iets levendigs wordt bewaard”. Boer Scheidtweiler heeft samen met vrienden en familie eerst een wigwam gebouwd van stammen uit het naburige woud. Vervolgens hebben ze beton in lagen er omheen gelegd en aangestampt. De beton is gemengd met leem van de streek voor de kleur. Als er een laag droog was, volgde de volgende laag. Tot de bovenkant bereikt was. Nadat het beton voldoende gehard was, hebben ze de houten wigwam aan de binnenkant uitgebrand. Dat leverde de ruwe richels in de betonnen wand op, maar ook de zwarte, nog steeds naar houtskool ruikende oppervlakte van de kapel. Op de vloer is een mengsel van tin en lood gesmolten gespat, wat een merkwaardige maar ook interessante huid oplevert: een metalige klank als je er op loopt, maar ook een relief van iets, een geografie misschien. In de streek waren vroeger lood-afgravingen in de bergen. Het plafond is open en de plas op de loden vloer weerspiegelt de wolken die op deze dag langsjagen.
In de wand zijn gaten aangebracht, regelmatig van elkaar, en in deze gaten zijn handgeblazen glazen gestopt, zodat je bij zonlicht, zo stel ik me voor sterren door de wand heen kunt zien. Ook nu zie je dat effect, maar het zit meer in de verbeelding dan in het kijken zelf. Meer in het zien dan in het kijken, zouden de mystici onder de kunstenaars het zeggen, zoals bijvoorbeeld de graficus Guillaume le Roy, die onlangs overleden is.
Het is een effect dat ik ook zo ervaren heb bij de materieschilderijen van Anselm Kiefer: door de materie van klodders en smerigheid heen, zie je alleereerst de voren van de akker opdoemen en vervolgens, bij aandachtig zien (en dus niet alleen maar kijken), ook de sterren en melkwegstelsels onder de akker. De wereld, de aarde in al haar 4 elementen, ontvouwt zich in deze kapel voor een diepere werkelijkheid, een schitterender werkelijkheid. Niet een werkelijkheid als een boven-natuur, maar als de keerzijde van de aarde. Deze kapel is een combinatie van Nietzsches ‘Bruder bleibt der Erde treu’ en de christelijke verzoening van de schepping.
Een erg indrukwekkende prestatie. Mogen er meer boeren als Scheidtweiler komen en meer architecten als Zumthor.
Enige websites voor meer informatie zijn: de Bruder-Klaus-Feldkapelle site, Een soort VVV streekinformatie, een Zwiterse site over Bruder Klaus, een site van de Rheinische Landwirtschafts Verband, en een site over Peter Zumthor.















Leave a Comment