Re: god bestaat niet
In ‘Intermezzo’, een bijlage bij de Volkskrant van afgelopen zaterdat 26 juli jl, schrijft wetenschapspublicist Kris Verburgh een essay onder de titel ‘Intelligentie heeft geen goddelijke muze nodig’. Een ondertitel wordt door de Volkskrant zelf geleverd (of misschien ook wel door Kris Verburgh zelf): ‘god bestaat niet’.
In het kort gezegd is zijn artikel een samenvatting van de geleerde godsdienstkritiek vanaf de franse Encyclopedisten tot en met hedendaagse schrijvers als de franse filosoof Michel Onfray en de amerikaanse bioloog Richard Dawkins. Toen ik het las werd ik getroffen door een groot deja vu:
‘Hoe slimmer en geleerder iemand is, hoe onwaarschijnlijker dat hij in God gelooft’
en
‘Men kan niet bewijzen dat God al dan niet bestaat, maar Zijn bestaan wordt heel onwaarschijnlijk in het licht van wetenschappelijke kennis die aantoont dat Hij niet in de context van dit heelal past.‘
Dit deja vu wordt niet zo zeer veroorzaakt door de vele artikelen en boeken die er momenteel over dit onderwerp geproduceerd worden. De beide schrijvers hierboven zijn daar voorbeelden van. Michel Onfray heeft zijn ‘Traité d’Atheologie’ geschreven als een aanklacht tegen het domhouden van de gelovigen en Richard Dawkins’ ‘The God Delusion’ is een uitgebreidere versie van het artikel van Kris Verburgh. Nee, de deja vu ervaring komt voort uit een omkering van de situatie in de laatste eeuwen. Charles Taylor, de filosoof en politicus uit Canada, schrijver van ‘Sources of the Self’ en het recente ‘A Secular Age’, beschrijft in dit laatste boek de zoektocht naar antwoord op de vraag:
‘Why was it virtualle impossible not to believe in God in, say, 1500 in our Western society, while in 2000 many of us find this not only easy, but even inescapable?‘
Neem bijvoorbeeld de positie die mensen als Dawkins en Kris Verburgh innemen ‘in 2000‘: God is niet nodig voor de verklaring van het voorheen onverklaarbare, zoals het ontstaan van het heelal of het leven of de intelligentie of de creativiteit. Dat alles kun je ook verklaren met bewijzen die God niet nodig hebben als hypothese.
En stel hiertegenover een oudere positie, nu niet uit 1500, maar ietsje later, omdat die een mooier contrast met de heren hierboven oplevert: Jan Swammerdam, de beroemde Amsterdamse microscooponderzoeker uit de 17de eeuw. Die overigens niet door Taylor aangehaald wordt, maar die ik onlangs weer tegenkwam in het prachtige ‘Possession’ van A.S. Byatt, waarin de fictieve Victoriaanse dichter Randolph Henry Ash een gedicht over hem geschreven heeft. Postuum verschijnt van deze Swammerdam een latijnse vertaling van zijn verzamelde papieren onder de titel ‘Biblia naturae’. De vertaling in de engelse Wikipaedia van dit boek met ‘Book of Nature’ doet veel te kort aan de essentie ervan. De Nederlandse vertaling zit dichter bij Swammerdams’ essentie: ‘Bybel der natuure’. Voor Swammerdam was de natuur zoals die zich onder zijn microscoop blootgaf geen bewijs van het nutteloos zijn van de ‘hypothese God’, maar juist het omgekeerde: een voortdurend bewijs van het bestaan van de grootheid van God.
(Het ‘portret’ van Swammerdam hierboven is afkomstig van de genoemde Wikipaedia pagina, dit voor het copyright. De geïnteresseerde onderzoekertjes en kunsthistorici onder u kan ik verwijzen naar een uitgebreidere website, www.janswammerdam.net, waarin overtuigend wordt bewezen dat dit een fake-portret is, dat gekopieerd is van een van de figuren van Rembrandt’s Anatomische les van dokter Tulp. Voor meer info, zie de website)
En omdat zijn stellingname niet uniek is, maar keer op keer terug te vinden is in diverse gedaanten en niveaus van geleerdheid in zijn tijd, is de vraag die Charles Taylor stelt: waarom was het in 1500 onmogelijk om niet in God te geloven en is voor velen in 2000 bijna de omgekeerde situatie, de meer interessante vraag. Hoe komt het dat voor iemand als Kris Verburgh, het kijken door een microscoop of een telescoop een universum oplevert in wiens context God gewoonweg niet past en voor iemand als Swammerdam een universum zichtbaar wordt waarin alles schreeuwt over de grootheid van God (en waarin wetenschappelijke onderzoekingen vrome oefeningen waren)? De filosoof Heidegger zegt in feite hetzelfde als Charles Taylor, als hij in het beroemde interview met der Spiegel uitlegt dat onze tijd de tijd van de techniek is en dat de era van de schepping, zoals hij het noemt, ver achter ons ligt. Dit is in zijn ogen geen gunstige ontwikkeling, want de era van de techniek, onze periode van de geschiedenis, is een karige tijd, een gesloten kleine wereld, in vergelijking met bijvoorbeeld de middeleeuwse wereld waarin alles naar een Schepper verwijst of naar de Griekse oudheid, waarin alles naar harmonie, naar kosmos verwijst.
De vraag van Taylor en Heidegger, waarom deze grote verandering?, wordt door Verburgh ook wel gesteld, maar niet echt beantwoord:
‘Mensen zijn gelovig omdat hun breinen zodanig in elkaar steken dat ze achter alles een bedoeling zoeken. [... We zijn] geen homo sapiens, maar vooral een homo fantasia.‘
Dit is natuurlijk geen antwoord maar een bezwering van de problematiek of een herhaling van Verburghs uitgangspunt: Wij zien geen God als we naar de natuur kijken. Als sommige mensen wel een God zien, dan komt dat omdat ze geen gebruik maken van de enorme hoeveelheid wetenschappelijke gegevens die we momenteel hebben. Hoe geleerder de mens, hoe minder hij van God ziet, terwijl het voor Swammerdam precies omgekeerd het geval was. Het beeld dat Verburgh schept wordt in dit licht gezien een iets andere: Verburgh ziet geen God omdat hij bij voorbaat God niet kan zien, terwijl Swammerdam God ziet, omdat hij bij voorbaat God al ziet.
Zo komen we weer terug bij de meer interessante vraag van Taylor (en Heidegger): Hoe is dit zo gekomen? Hoe komt het dat zo’n 150 jaar na Swammerdam de theoloog Schleiermacher een boek moest schrijven waarin hij de religie verdedigt tegen de ‘Gebildeten unter ihre Verächter’, de geleerden onder haar verachters? Hoe komt het dat er in het Westen, en dan vooral West Europa en een aantal grote stedelijke gebieden in het oosten en westen van de USA, een situatie is onstaan waarin mensen als Verburgh God niet zien in de werkelijkheid om en in ons, terwijl de vroegere mensheid, maar ook de rest van de wereld, dit met verbazing aanziet?
Om dit te verklaren met de stelling ‘religie is voor de dommen’, is wel een heel domme opstelling, met alle respect voor de geleerdheid van meneer Verburgh.















Leave a Comment