Batman, The Dark Knight
Afgelopen zaterdag ben ik samen met mijn zoons naar The Dark Knight, de nieuwste Batman film, geweest. Het is een cliché om te zeggen dat een film het beste in een bioscoop gezien kan worden, maar voor deze film is dat waarschijnlijk wel het geval. Het grote scherm, maar vooral het overweldigende geluid, dat meer door het lichaam dan door de oren wordt waargenomen, maakt mede het succes van deze film. Ik zei ‘mede’, omdat er ook andere aspecten zijn waardoor ik hem indrukwekkend vind.
Ik moet de lezer van deze blog waarschuwen: ik ga verklappen wat de clou van de film is. Dus degenen die een film niet kunnen zien als ze al weten wat er gebeurd is en wie het gedaan heeft, die moeten niet verder lezen. Degenen die willen weten waarom ze wel naar de film moeten gaan, kunnen gerust verder lezen en daarna een kaartje voor de bioscoop bestellen (ik ben bezig voor deze tekst gesponsord te worden door de filmindustrie).
De slechterik in deze film is de Joker en hij wordt tegen het einde van de film verslagen door de Batman. Dat is de clou. Is dat belangrijk? Nee, natuurlijk niet. Het verhaal van de Batman en de Joker is al diverse malen verteld. Als strip, maar ook als film, bijvoorbeeld in Batman Forever waarin Jim Carey ook een soort jokerfiguur speelt, daar genaamd the Riddler. Verhalen vertellen is nog steeds hetzelfde als vroeger, in de steppe of in de open plek van het oerbos, bij de warmte van het vuur, de maag gevuld, de vijand even op een afstand. Deze verhalen, of het nu de verhalen van Duizend en een nacht zijn of de sprookjes van Grimm, over de slimme spin Anansi of over een zielig meisje in de sneeuw dat zelfs haar lucifers niet verkocht krijgt, deze verhalen zijn overbekend en toch willen we ze keer op keer opnieuw horen. Daarom is de clou niet zo belangrijk. Of misschien moet ik het iets genuanceerder zeggen: dat wat we willen horen draait niet zozeer om de elementen van het verhaal, maar om de manier van vertellen. In sommige verhalen, zoals de detective, de whodunit, lijkt het wel om de afloop te gaan: die is altijd weer anders, en daardoor wordt de suspense gespoiled door de clou te vertellen:
“Sir George appeared to find the reading more than satisfactory. He looked at his watch. ‘We’ve just time to do what I always do with Dick Francis; spoil the suspense by peeking at the end.’” (uit: Possession by A.S. Byatt, 1990, pag 88)
Maar ook bij deze detectives is het verhaal altijd weer hetzelfde, maar zijn de elementen in elke nieuwe versie zo gerangschikt dat het weer een iets andere variant is op hetzelfde thema en daardoor weer interessant.
Waarin is deze versie van Batman anders dan de andere? Nou, in de eerste plaats door het grote geweld van machines en wapens in deze film, ondersteund door een geluidsband die niet heroisch is, maar voortdurend dreigend, de darmen vibrerend. Elke keer als de batmobile door een muur heen breekt, als was het een tijger of een prehistorische sauriër, dan word je zelf bijna aan de kant geblazen. Elke keer als er iemand onderuit geslagen wordt, dan krijg je zelf bijna een klap in het gezicht. En de keer dat de Joker een potlood laat verdwijnen doet bijna fysiek pijn.
Je kunt dit verschil afdoen met: deze batman film is meer van hetzelfde, meer van datgene wat ook in andere films aan de hand is, denk maar aan de eerste minuten van Saving Private Ryan (tenminste, de eerste minuten na kerkhof-scène, als de landing in Normandië begint). Maar ook hier geldt: als de verteller zijn handwerk goed onder de knie heeft, dan maakt het niet uit wat hij vertelt, de hoorders zijn geboeid. Ze zijn dankbaar voor een verteller die de spoken van de nacht voor even buiten de kring van de toehoorders houdt.
Een tweede aspect dat deze versie van Batman interessant maakt, en die hem meer van de andere verhalen doet afwijken, zijn de karakters die deze film bewonen. Deze zijn meer ’slordig’ dan de vroegere versies. Ik gebruik de aanhalingstekens rond het woordje ’slordig’, om aan te duiden dat ik eigenlijk een ander woord wil gebruiken, maar niet goed weet welk woord: rafelig, onaf? De Joker heeft deze eigenschap bij uitstek. Wijlen Heath Ledger, wiens fans op de openingsavond in New York, gekleed in joker-costumes en met joker-make-up, applaudiseerden, toen hij voor het eerst in de film verscheen, heeft slordige make-up op en vettige vieze haren op zijn hoofd en smakt voortdurend met zijn tong uit de mond, kauwt op zijn wang, kijkt zijn tegenspelers niet altijd recht in de ogen, loopt wat schonkig rond… Het is niet de gestileerde Jim Carey of de vissige Pinguin (Dany Devito), maar een nieuwe variant op hetzelfde verhaal, een verontrustende variant.
Ook de mooie vriendin van de Batman, gespeeld door Maggie Gyllenhaal (zusje van Jake Gyllenhaal die de tegenspeler van Heath Ledger was in het prachtige droevige Brokeback Mountain) is niet mooi op een doorsnee manier. Maar de manier waarop zij traag haar ogen opslaat, is toch indrukwekkend te noemen.
Zelfs de batman zelf, die in strakke pakjes en geweldige machines het kwaad bestrijdt, is ’slordig’. Nog niet zozeer in zijn verschijning, als wel in zijn methoden om het kwaad te bestrijden. Hierin begint het trekjes te krijgen van de Amerikaanse Administration in de bestrijding van het Terrorisme: De manier waarop Donald Rumsfeld het martelen verdedigde als middel om het Kwaad te bestrijden, wordt aarzelend, stukje bij beetje, overgenomen door onze Held. En hij weet dat hij over de schreef gaat, maar weet niet dit te voorkomen.
Dit wordt bijvoorbeeld duidelijk uit zijn verhoor van de Joker in de politie-onvervragingskamer: hij zet een stoel tegen de deur om te voorkomen dat de politie gaat ingrijpen en slaat vervolgens de Joker een paar keer tegen de grond. Batmans ’slordigheid’ is dus een morele slordigheid. En waar hij in andere films nog gedwongen moet worden om de playboy te spelen, lijkt hem dit in deze film moeiteloos af te gaan. Het is dan ook niet duidelijk in hoeverre Maggie Gyllenhaal zijn vriendin is en of de Batman op dit gebied een echte tegenstander van de charmante politieke bestrijder van het Kwaad, Aaron Eckhart, is.
Merkwaardig genoeg zit deze ’slordigheid’, die dus in de meeste karakters naar voren komt, niet in de gebouwen van de stad. Mijn jongste zoon wees me hierop en hij heeft gelijk: waar vroegere Gotham cities eigenlijk een nachtmerrie-versie van New York of Chicago waren, een riool-versie, en dus ’slordig’, vol van schaduwen en losse eindjes, ‘Gothisch’ in de zin waarop Mary Wollstonecraft-Shelley het gebruikte in de combinatie van horror en romantiek, is het Gotham van deze Dark Knight juist licht en modern en vol van gebouwen die we kennen.
Deze Batman film speelt zelfs even in een andere stad, een unicum voor zover ik mij herinner, een stad die ook buiten het strip-universum bestaat: Hongkong, en ook als zodanig met echte Hongkong-gebouwen bevolkt. Het enige gothische aan deze lichte en modernistische gebouwen van dit verlichte Gotham zijn de mensen. Batman staat als een gotische versiering, een waterspuwer, boven een gebouw dat door Mies van der Rohe gebouwd had kunnen zijn (en misschien ook wel gebouwd is). Naarmate de personen donkerder worden, wordt de stad lichter, of andersom?
Het enige wat tegenvalt is het verhaaltje. De film is lang en het is bij eerste kijken niet duidelijk wat nu precies het verhaal is. Maar de verwijzingen naar de huidige politieke situatie in de Verenigde Staten, de oorlog tegen het terrorisme die de Administration zelf ook terroristische trekjes laat adopteren, is niet sterk gebracht. Het enige wat mij op dit niveau kon boeien was de psychologie van de Joker: er is uiteindelijk geen reden voor wat hij doet: hij wil chaos verspreiden omdat hij dat wil. Gewoon. Zonder dat hij een vervelende jeugd heeft gehad, of een naar huwelijk.
Een onderhoudende film, de moeite waard, want het houdt voor even de schaduwen van tegenvallende beursberichten, dalende huizen- en stijgende olieprijzen buiten de kring van het kampvuur.















Leave a Comment