Technologie maakt vrij
Dat is heel in het kort gezegd de kern van de cultuurbeschouwing van de science fiction schrijver Iain M. Banks in zijn Culture serie, waarvan deze maand het nieuwste boek is verschenen: Matter. Het is een optimistische visie, ondanks de vele vormen van ellende die hij met kennelijk plezier beschrijft.
Maar goed, optimisme dus. Een optimisme van de vrijheid die ontstaat door een steeds verder evoluerende technologie en belichaamd is in de Culture, een samenleving ergens in de melkweg, niet noodzakelijk in de toekomst, waarin de bewoners, humanoid, maar ook andere levensvormen, de vrijetijdscultuur tot het hoogtepunt hebben opgetild.
Niets hoeft, alles mag als consenting adults onder elkaar. Extreme aanpassingen van het lichaam zijn alledaags: gender veranderingen, alle soorten transplantaties, extreem lange levensduur: als je het wilt kun je het krijgen. Er bestaan geen lelijke mensen meer, tenzij ze het zelf willen, geen afschuwelijk deformaties van het lichaam als gevolg van brandwonden of andere ongevallen.
De omgeving is volledig naar de hand van de mens gezet: grote schepen, kilometers doorsnee, doorkruisen de ruimte, van geterraformeerde planeet naar ringwerelden van miljoenen kilometers doorsnee of naar kunstmatige manen waar op vele lagen vele verschillende beschavingen tegelijk naast elkaar wonen. Natuurlijk zijn al deze paradijselijke werelden niet helemaal los van problemen: het toeval, de onzekerheid ingebakken in de materie, ligt altijd op de loer en kan ons geluk verstoren. En ook de stompzinnige eigenwijsheid van de mens om goede opvoeding en adviezen van vele wijzen in de wind te slaan kan desastreus uitpakken. Gelukkig zijn er de vele denkende machines, drones, minds, die ons tegen al te veel klunzigheid en toeval beschermen.
Geld is niet meer aanwezig, daar er geen bezit meer is: alle materiële voorzieningen die iemand wil hebben, kan hij immers krijgen dank zij de technologie. En de koers van de samenleving wordt bepaald door een vorm van raden-democratie die dank zij de technologie niet in een Poolse Landdag verandert.
Hoewel, hoewel: er zijn ook suggesties in sommige van Banks’ boeken dat deze hele democratie een farce is, in stand gehouden door de minds, die ondoorgrondelijke, extreem gecompliceerde machine-intellecten. Wie kan zeggen wat zij denken, wat ze onderling afspreken? Vaak is dit een thema in diverse debatten, maar omdat niemand ooit een antwoord kan geven op deze vraag en omdat het plezier in al zijn veelvuldigheid en oneindigheid gewoon door kan gaan is ook het debat over deze democratie één van de vele pleziertjes die die Culture-bewoner heeft.
De Culture is in deze beschrijven een extrapolatie van onze eigen Westerse vrijetijds en consumentencultuur. Het is antwoord op de vraag naar de mens: wat is het doel van de mens? Zichzelf te verwerkelijken, zegt de hedendaagse zielzorger. Zichzelf te verwerkelijken, zegt de Culture, in een onafzienbare hoeveelheid tijd (ouderdom bestaat niet, tenminste niet als noodlot) in een onafzienbare hoeveelheid ruimte.
Als dit paradijs, dat in verschillende boeken van Iain M. Banks, om te beginnen bij het fantastische Consider Phlebas, via intrigerende als Feersum Endjinn, tot zijn nieuwste zojuist verschenen Matter, meer en meer uitgewerkt wordt, het enige was, dan zou een kleine novelle volstaan: al die dikke, soms meer dan 400 pagina’s grote werken zouden dan behoorlijk saai worden met alleen beschrijvingen van de spelende mens.
Maar gelukkig is er het kwaad. En dat kwaad, waar Banks vele pagina’s aan besteed, vindt altijd en zonder uitzondering plaats in technologisch primitieve culturen. Zeg maar aarde anno nu en eerder. Banks wijdt heel veel pagina’s in zijn boeken aan deprimerende beschrijvingen van massaslachtingen, volkerenmoord, weapons of massdestruction, extreem sadistisch geweld, verheerlijking van oorlog en martiale levenshouding en dergelijke. Hij doet dit met zoveel overgave, dat je als lezer soms moeite hebt om uit te maken of hij dit alles met een zeker masochistisch plezier beschrijft of uit een behoefte om het zo zwart af te schilderen dat het een afschrikwekkend pedagogische effect krijgt.
En tussen deze twee polen in, tussen het extreem technologische vrijetijds paradijs van de Culture en de primitieve agressieve en oorlogzuchtige andere ‘beschavingen’, zit de geheime dienst van de Culture: Special Circumstances, een onderdeel van de diplomatieke dienst van de Culture. Deze geheime dienst is het minst democratische orgaan van de Culture. In tegenstelling tot andere onderdelen van de Culture, waar iedereen aan deel kan nemen (ook intelligentie en andere competenties zijn design, zijn veranderbaar en dus binnen ieders handbereik) moet je hier voor gevraagd worden. Ook dit biedt voortdurend stof tot discussie, net als de ‘ware bedoelingen’ van de minds, maar omdat ook dit nooit een bevredigend antwoord oplevert èn omdat Special Circumstances een orgaan is dat een heleboel narigheid op een afdoende afstand houdt, blijft de situatie zoals die is.
Deze geheime dienst maakt gebruik van mensen die niet gelukkig zijn in het paradijs, mensen die de veelheid aan verstrooiingen niet boeiend genoeg vinden, die de riskante sporten niet extreem genoeg vinden (als je niet wilt, ga je niet dood, hoe gek je ook doet, er is altijd wel een machine die jou beschermd). Vaak zijn het mensen die ergens in hun jeugd beschadigd zijn geraakt door het geweld in een primitieve cultuur en pas op wat latere leeftijd onderdeel van de Culture zijn geworden. Rust en troost vinden zij uiteindelijk niet in het technologische paradijs en dus worden ze deel van het beschavingsoffensief van Special Circumstances. Dit beschavingsoffensief lijkt in een aantal gevallen nogal op de pogingen van Busch junior om het Midden Oosten te beschaven: dwing ze om democratie te omarmen en de rest komt vanzelf wel. Deze dwang wordt overigens maar in een beperkt aantal keren door oorlog opgelegd: nee, meestal gebeurt het door het stimuleren tot technologische ontwikkeling. Dit is trouwens nog een aspect dat doet denken aan Busch junior: een optimistisch geloof dat toekomstige technologie onze huidige problemen zal oplossen.
Iain M. Banks is op zijn best in het beschrijven van de missie van de getroubleerde geheime agenten. Vanaf ‘Consider Phlebas’ zijn deze krijgers ongelukkig in de Culture en ongelukkig in de primitieve omgevingen waar ze moeten werken, maar altijd plichtsgetrouw, meestal tot in hun dood. De titel van zijn eerste boek is een citaat uit ‘The Waste Land’ van T.S. Eliot, waarin Phlebas, een Phoenicische krijger en handelaar, dood in het water ligt en de lezer opgeroepen wordt hem te herinneren:
“Phlebas the Phoenician, a fortnight dead,
Forgot the cry of gulls, and the deep sea swell
And the profit and loss.
A current under sea
Picked his bones in whispers. As he rose and fell
He passes the stages of his age and youth
Entering the whirlpool.
Gentile or Jew
O you who turn the wheel and look windward,
Consider Phlebas, who was once handsome and tall as you.”
Heiden of Jood, jij die aan het stuur staat en de koers bepaalt, herinner je Phlebas, die eens net zo mooi en groot als jij was. De vergankelijkheid geschilderd tegen de achtergrond van een Culture waarin vergankelijkheid geen noodlot maar een individuele keuze is, en dus een projectie van onze Westerse consumentenwereld. Dat is de onderliggende rode draad in al de Space Opera boeken van Iain M. Banks, een rode draad die niet direct duidelijk wordt uit 1 boek, maar die bij het lezen van meerdere van zijn boeken langzamerhand oplicht, als een foto in een ontwikkelingsbad.
En eigenlijk is dit ook het thema van Huxley’s Brave New World, een van de eerste science fiction boeken die ik las (na, natuurlijk, de Jules Verne romans): hoe kan echt menselijk leven met alle hoop en wanhoop bestaan als alle vergankelijkheid uitgebannen is.
En als je het hebt over kunstwerken die gebouwd zijn rondom de vergankelijkheid hoef je niet ver te zoeken. Johannes Brahms citeert in zijn Deutsches Requiem (dat afgelopen weekend uitgevoerd is als afscheidsconcert van Valery Gergiev in Rotterdam) de Psalmen: Denn alles Fleisch ist wie Grass, Al het vlees is als gras, des morgens groeit het en ’s avonds is het verwelkt. En de bariton zingt: ‘Herr, lehre doch mich, das ein Ende mit mir haben muß, und mein Leben ein Ziel hat, und ich davon muß, und ich davon muß…‘. Denk ook maar aan zijn Vier Ernste Gesänge, afgerond na de dood van zijn levenslange vriendin Clara Schumann: Denn es gehet dem Menschen wie dem Vieh, het gaat de mens zoals het vee…
Het antwoord van Iain M. Banks is dus dubbelzinnig: Technologie maakt vrij. Dit wil zeggen: een vreedzame samenleving met alle mogelijke ontplooingsmogelijkheden voor de spelende mens is mogelijk, indien de techniek voortschrijdt, maar de vrijheid die zo verkregen wordt komt met een angel, of liever gezegd, de angel van het traditionele vergankelijke bestaan is er uit gehaald. Voor de Special Circumstances agent is de ontmoeting met de vergankelijkheid in de technisch primitievere culturen wezenlijker dan de spelletjes in de Culture. En hoewel het spelen van de mens in de Culture bijna altijd draait om kunst, om festivals, om jezelf als kunstvoorwerp neerzetten, om het aanpassen van het landschap aan eigen esthetische normen, kun je je afvragen of het wel kunst is, als kunstwerken als The Waste Land en Ein Deutsches Requiem eigenlijk niet gemaakt kunnen worden in de Culture, daar vergankelijkheid er niet voorkomt. Het meest interessante van Banks is dus eigenlijk dat hij op de een of andere manier het spelen van de Culture als een reeële optie blijft zien, want de ellende van de laag-technologische culturen is in ieder geval geen optie.















Leave a Comment