Kunst werkt!
‘Kunst werkt!’ is de titel van de eindexamenexpositie van de CABK, ArtEZ academie voor beeldende kunst te Zwolle.
De vraag die in deze stelling, dit uitroepteken, beantwoord wordt is de vraag naar het bestaansrecht van de kunst in onze tijd. Is kunst een verfraaiing, een versiersel van ons bestaan? Een opleuken van de werkelijkheid, en een verzachting van de ondraaglijke kanten van deze werkelijkheid? Op dezelfde wijze waarop de negentiende-eeuwse religiekritiek over het geloof in God sprak: omdat mensen de werkelijkheid niet aankunnen, geloven ze in God. Omdat mensen de werkelijkheid niet aankunnen, omringen ze zich met kunst. Kunst als een vlucht uit de werkelijkheid?
De titel van deze tentoonstelling wijst op een andere interpretatie van kunst, een interpretatie die de kunst een betekenisvolle rol in onze werkelijkheid geeft.
Waarom is er kunst? Waarom zijn er kunstenaars en ontwerpers? ‘Wozu Dichter in dürftiger Zeit?’ vraagt Hölderlin zich gedeprimeerd af in zijn gedicht Brot und Wein. Deze Dichter, daartoe reken ik de huidige lichting kunstenaars en docenten beeldende kunst en ontwerpers, wat voor een bestaansrecht hebben ze, als ze niet bezig zijn met het verzachten of opleuken van de harde kanten van onze werkelijkheid? Waarom doen ze wat ze doen?
Het eerste antwoord, en ook tegelijk het laatste, op deze vraag, is de innerlijke drang die deze ‘Dichter’, kunstenaars, ontwerpers, hebben. Een innerlijke drang naar verbeelden, scheppen met kleur en vorm. Ook de mensen die zelf niet scheppen ervaren deze drang als consument, als ze de kunstwerken zien die door deze ex-studenten gemaakt zijn. De redenen voor deze noodzaak tot scheppen hebben ergens te maken met het korte leven, met een behoefte tot het nalaten van iets blijvends, iets beters dan de dürftiger Zeit van Hölderlin. Vita brevis, ars longa, zegt het oude gezegde. Het leven is kort, daarom duurt de kunst. Renoir, wiens liefde voor al het zichtbare afspat van zijn doeken, maakte zijn grootste werken terwijl hij leed aan kreupel makende reumatiek. Hij genoot van het schilderen als opstand tegen de pijn, tegen het leven. Ook van Michelangelo was bekend dat hij lichamelijk nogal wat last had van de vier jaar dat hij het plafond van de Sixtijnse kapel heeft beschilderd. Maar ook in dat werk zit uitbundige levensvreugde.
Een ander antwoord op de vraag naar het bestaansrecht van kunst en kunstenaars, Wozu Dichter? is het volgende: de kunstenaar is een rebel in onze samenleving. De kunstenaar is iemand die geleerd is om de vraag altijd nog weer anders te stellen, om het antwoord altijd weer te betwijfelen. De kunstenaar in onze tijd is iemand die, terecht of niet, de reputatie heeft van non-conformisme. En dat non-conformisme is iets waar de economie momenteel met gretigheid naar kijkt. Het leven is te kort en de agenda veel te klein om alle bijeenkomsten in Nederland bij te wonen die gaan over het vertalen van de creativiteit van de kunstenaar naar de economie. Kunstenaars worden gezien als het geheime wapen om de concurrentie met het Verre Oosten aan te kunnen. Waar komt deze reputatie vandaan? Hoe is dat verbond tussen kunst en economie ontstaan? De gedachtenlijn gaat van kunst naar creatieve verbeeldingskracht, naar non-conformisme, naar innovatie naar geld verdienen. Om kunst te maken heb je creativiteit nodig, creativiteit die ingezet wordt voor verbeeldingskracht. Om deze verbeeldingskracht te kunnen hebben, moet je in staat zijn ‘out-of-the-box’ te kunnen denken en moet je dus niet te zeer beperkt zijn door conventies en regeltjes, moet je dus non-conformist zijn. Dit ‘out-of-the-box’ denken levert innovatie op, iets wat de economie goed kan gebruiken. Dit antwoord op de vraag naar het bestaansrecht van kunst en kunstenaars zegt dus iets over de kunstenaar en niet zozeer over zijn kunst. En het zegt eigenlijk maar iets over een gedeelte van deze kunstenaar, namelijk zijn vermogen tot innovatie en niet zijn volledige beeldende scheppingskracht.
Er is nog een antwoord mogelijk op de vraag naar het bestaansrecht van de kunstenaar en de kunst in onze samenleving, een antwoord dat besloten ligt in de expositietitel. En dit antwoord ligt dicht bij het voorgaande, maar valt er niet mee samen. Kunst is in onze samenleving iets wat niet direct nuttig is. Dat geldt ook voor de toegepaste kunst die immers voortgekomen is uit de autonome kunsten: de eerste posters werden gemaakt door kunstenaars en al heel vroeg werd er een verband gelegd tussen de muziek en de architectuur. Kunst kán wel nuttig zijn, denk maar aan een schilderij dat als dienblad kan dienen en, als je een wat serieuzer antwoord wil, denk maar aan een goed ontworpen website of een goed doordacht interieur, maar mensen hebben in de geschiedenis altijd laten zien dat ze ook zonder deze aanpassingen kunnen leven. Kunst heeft een positie buiten dat wat direct nuttig is. Het kan daarmee commentaar leveren op diverse aspecten van onze werkelijkheid. Een van de belangrijkste problemen van onze tijd is de toenemende angst voor de vreemdeling, voor de ander. Deze angst toont zich in opkomend fundamentalisme en nationalisme. Misschien is deze angst helemaal niet erger dan vroeger, en is ze een blijvend probleem van onze menselijke samenleving. Vanaf onze geboorte worden we een persoonlijkheid door ons contact met het andere. Maar als dat andere als een bedreiging wordt ervaren, dan sluiten we ons ervoor af. Hoe moeten we de ander accepteren, waarderen? Het vroege christendom was opmerkelijk doordat het een club was waar mensen van alle lagen van de bevolking lid van konden worden, waar de ander bemind moest worden omdat je zelf bemind was.
De kunst is geen religie en geen politiek. De kunst wordt veroorzaakt door kunstenaars die de drang hebben om kunst te maken, die ongeacht de eisen en noden van de dürftiger Zeit, hun beeldende scheppingskracht uitoefenen. Maar juist daardoor, door die privé autonomie, houden ze de publieke ruimte verder open. De publieke ruimte is de plek waar alle mensen van de gemeenschap vrijelijk kunnen leven, die een bestaansminimum garandeert en bescherming tegen de roofdieren, zoals de buurman of de staat of de multinational. Door de kunstenaar die met zijn creatieve verbeeldingskracht de werkelijkheid voortdurend weer op zijn kop zet, worden wij gevoeliger voor het andere, voor de ander. De kunst in al zijn vormen leert ons steeds weer opnieuw te kijken naar de wereld, leert ons echt te zien.
Deze openheid en ontvankelijkheid voor het andere en vreemde, maakt de publieke ruimte de plek waar ook de ander, de vreemdeling en de bijwoner, gelijke kansen heeft als wij.
Kunst werkt! Deze nieuwe kunstenaars, ontwerpers en docentenben beeldende kunst hebben niet als taak om de wereld aangenamer te maken, om de rijken rijker en de samenleving plezierig in te richten. Nee, ze hebben de taak om de samenleving voortdurend een vervormde spiegel voor te houden, een spiegel die de alternatieven voor de bestaande werkelijkheid laat zien, een spiegel die dus aanklaagt, humorvol is, absurd, anti-autoritair, non-conformistisch en bovenal hoopvol. Zodat wij, mensen, in de ander iets kunnen zien dat uitnemender is dan wij wijzelf en de wereld een betere plek kan worden.















Leave a Comment