Een tijd van wonderen
We leven in een tijd van wonderen en we zien het niet eens.
Ik heb het nu even niet over het einde der tijden, of over de uitvinding van de ipod en ook niet over het onderzoek naar nieuwe planeten en de diepste krochten van de zee.
Nee, ik heb het over datgene waar de adepten van de hoge cultuur hun neus voor ophalen, een van de meer gewone dingen van ons westerse leven naast het watercloset, de inbouwkeuken, het stromend water en de spelcomputer: de televisie.
Misschien dat we over een jaar of 50 terugkijkend zullen zeggen: we hebben rond de millenniumwisseling geleefd in het tijdperk van de televisie, de hoogtijdagen van de televisie.
In de jaren 50, 60 en 70 van het vorige millennium bestond de televisie uit speelfilms, afdankertjes van de films, aangevuld met nieuws, actualiteiten en enkele spelletjes. Vooral die afdankertjes van de film, series als Flipper en Lassie, vond ik in de jaren 70, toen wij voor het eerst televisie kregen, nogal vervelend, omdat ze elke grap tot op de droge vezels uitkauwden. De films zelf, nagesynchroniseerd in het duits omdat op de enkele nederlandse zender nauwelijks films te zien waren, waren fascinerend genoeg, hoewel ik wel een schok kreeg toen ik John Wayne voor het eerst in de bioscoop iets anders hoorde zeggen dan ‘Johnny, fass mal deinen Colt’.
En over de spelletjes, zoals ‘wie van de drie’ of die andere show met de band waarop allemaal gebruiksvoorwerpen langsliepen die de speler moest onthouden, die vond ik vooral een beetje vreemd, hoewel iedereen in mijn omgeving ze leuk leek te vinden.
Bij nader inzien begrijp ik wel waarom ik nu zoveel van lezen houd, ongeveer op dezelfde manier waarop jongeren vlak voor hun examens naar examentrainingskampen gestuurd worden en dus niets anders kunnen doen dan studeren.
Maar richten wij onze blik nu eens op het huidige televisielandschap: een verbijsterende hoorn des overvloeds. Kanalen vol met de meest bizarre, prachtige, interessante, saaie, onbegrijpelijke en ook gewoon mooie programma’s.
De gespreksprogramma’s waarin gasten geschoffeerd worden, de actualiteitsprogramma’s waarin onderwerpen soms oppervlakkig, soms bijzonder diepgaand behandeld worden, de komische variant van de actualiteitenprogramma’s, de Daily show en de Colbert Report, de realityshows waarin je tot in het absurde alle details van de buren kunt beloeren zonder je al te schuldig te voelen, opvoedkundige programma’s gecombineerd met schokkende beelden zoals Spuiten en Slikken, de spelshows waar ik persoonlijk niet goed van wordt als Jack-ass of die nieuwe van BNN waarin een team van jongens en een meisjesteam tegen elkaar punten proberen te scoren. Verbijsterend, woestijn en overvloed tegelijk, rijkdom.
En dan heb ik het nog niet eens over al die prachtige soaps, sitcomps, tvseries, die nu absoluut niet meer rip-offs van films zijn:
- mystiek in Carnivale en Six-feet Under;
- dramatiek en modern luxueus leed in Desperate Housewives;
- magie en tienerleed in Buffy the Vampire Slayer, maar ook de prachtige ‘one-liners’, zoals deze (uit Wikipedia):
“Buffy: Cordelia, your mouth is open and sound is coming from it. This is never good.”
of
“Buffy: You’re a vampire. Oh, I’m sorry, was that an offensive term? Should I say “undead American”?”
of
“Xander: What are you gonna do? Buffy: I’m gonna kill them all. That oughta distract them.”
- mode en tienerleed in Ugly Betty;
- schoonheid en tragiek in Bij Nader Inzien;
- spanning en puzzelwerk in een continue stroom aan Britse en Scandinavische en Amerikaanse trillers en politieseries;
- spanning en drama in de Sopranos, een serie over kleinburgerlijke familieperikelen temidden van extreem geweld;
- humor en tragiek in de Office, met een aantal bizarre kantoortypes, waarvan je vermoed dat ze zouden kunnen bestaan en een baas zo genant dat het vaak pijnlijk is om te kijken: mijn afstandsbedieningshand heeft soms de neiging om weg te zappen, terwijl een ander deel gefascineerd door zoveel stomheid blijft kijken;
- humor in Seinfeld en een verbijsterend uitgebalanceerd plot, alsof je kijkt naar een visuele toccata en fuga waarin 3 of 4 verhaallijnen per aflevering door elkaar lopen en elkaar versterken en waardoor de afleveringen keer op keer kunt blijven bekijken.
- geschiedenis en drama in Rome, een serie die wel eens terecht vergeleken is met de Sopranos, maar die toch vooral erg historisch correct lijkt te zijn, overigens een historie waaraan ik tijdens mijn lessen Latijn nooit aan blootgesteld ben.
De lijst gaat eindeloos door.
Deze rijkdom is gedeeltelijk te wijten aan de vraag: er zijn meer tv-toestellen en meer kijkers, dus ook meer te verdienen door de tv-producenten. Maar meer nog dan de vraag wordt deze rijkdom veroorzaakt door de grotere concurrentie: niet alleen zijn er meer tv-producenten die een graantje willen meepikken uit deze trog, maar er zijn ook heel veel andere soorten producten die om aandacht schreeuwen van de consument: regionale en kabel teevee, internet, video en dvd spelers, walkmannen die met de komst van de ipod richting volwassenheid groeien: allemaal concurrenten op de markt, loerend op een onontdekte niche, een nog niet bezette plek. Door het verschijnen van meer en meer van deze roofdieren in de consumentenjungle, wordt de strijd om het overleven heviger en moeten degenen die niet op hun rug gaan liggen met de pootjes omhoog inventiever worden in hun programma-aanbod en meer investeren in nieuwe producten, nieuwe vondsten, hoe bizar ook. Dit levert de heel interessante biodiversiteit op die ik hierboven besprak.
Een tijd van wonderen en we halen er snobistisch onze neus over op of we zitten er zo diep in dat we niet eens meer verwonderd zijn.















Leave a Comment