Secularisatie I
God op hyves heeft een paar weken geleden zijn website afgesloten voor iedereen die niet zijn vriend is. Dat is op zich al een beetje verontrustend, maar niet helemaal ongewoon. Ik kan bijvoorbeeld verwijzen naar psalm 92 (in de Nieuwe Bijbelvertaling, die het dit keer mooi getroffen heeft):
‘Hoe groot zijn uw daden, HEER;
hoe peilloos diep uw gedachten.
Het dringt tot de dommen niet door (of, in de vertaling van Anne van der Meiden: ‘Onnözzel volk hef doar gin benul van’)
en dwazen kunnen het niet vatten.’
God sluit zich af voor een deel van zijn schepselen, een deel van zijn schepselen (onnözzel volk, de dommen) sluiten zich af voor God.
Maar het gegeven dat dit verschijnsel (Schepper en schepsel kunnen elkaar niet vinden) niet ongewoon is en vroeger ook al onderwerp was van een gedicht maakt het niet minder verontrustend. Hoe kan het dat de grond van het bestaan zich los kan maken van dat bestaan, of andersom, hoe kan het bestaan zich tegen haar grond keren?
De reden dat God op hyves zich afgesloten heeft van een deel van zijn schepselen heeft te maken met een toenemende agressie op zijn website. De negatieve opmerkingen variëren van een beheerste afwijzing, zoals iemand die zegt:
‘Dude, waar slaat dit op. Je bent God niet je moet ook niet net doen alsof je hem bent!’
en Nils, die schrijft:
‘Geachte idioot, Heel erg grappig en vindingrijk dat je deze hyves hebt opgericht, en nog grappiger om te lezen dat je kennis over het geloof en de christenen van een zeer laag niveau is. Zou je misschien deze hyves willen stoppen en echt in de Bijbel willen gaan lezen? Misschien begrijp je dan waarom heel veel mensen zich kapot ergeren aan deze hyve en hopelijk is het tot lering van je zelf. Groet, Nils. ‘
tot wat meer emotionele afwijzingen als die van Helena Kremer:
‘Belachelijk, dat zoiets bestaat op hyves, ik vind het pure Godslastering. Diegene die denkt dat hij of zij leuk is weet niet met Wie hij/zij spot.Zoiets zou niet mogen!!! Hopelijk denken meer (christelijke hyvers) er zo over. ik kreeg kippevel toen ik hier toevallig kwam. Jullie weten niet met welke Almachtige je te maken hebt. Hij laat niet op zo’n manier met zich spotten!!!!!’
En daarnaast zijn er vele woedende opmerkingen, waarvan de emotie afspat op de grammatica, zoals die van Michelle:
‘Sorry hoor,, maar dit vind ik egt,, egt niet kunnen…‘
of Saskia, die uitschreeuwt in capitalen:
‘WAAR SLAAT DIT OP?
ER BESTAAT MAAR 1 GOD OP DE WERELD.
EN DIE IS IN DE HEMEL, EN DIE KAN JE NIET ZIEN. DE MAKERS VAN DEZE HYVES, ZIJN HELEMAAL GESTOORd! ‘
Een zelfverklaarde atheïst, Floris Hesseling, raakt ervan in verwarring:
‘God, hoe moet dat nou gaan met uw hyves? Ik merk dat de in U Gelovende Mensch zich – op zijn/haar zachtst gezegd – niet op zijn/haar gemak voelt op het moment dat hij/zij zich begeeft op Uw zo rustgevende hyves. Ik voel me daar werkelijk ongemakkelijk over. De teksten en gadgets die U in al Uw Heerlijkheid plaatst, de krabbels en tikken die U mij vol Liefde geeft bieden me troost en richting. Maar tegelijkertijd voel ik belemmering in de rekenschap dat er velen zijn die Uw Aanwezigheid hier op hyves niet willen of kunnen waarderen. Ik wordt als atheïst die plots met God in contact is gekomen hierdoor voor het blok gezet. Dat is… moeilijk. Hoe moet ik hier mee om gaan? Groetjes, F. ‘
God geeft Floris op Zijn Onvolprezen wijze troost:
‘Het is nog steeds alleen aan jou om te voelen en na te denken of deze hyve klopt met wat er gebracht word en gezegd en beweert. Ga af op wat je denkt en voelt. Jij bepaald en jij beoordeeld nog steeds vanuit jezelf of het koosjer is wat hier gebeurd. Ik vertrouw er wel op dat jij daar bekwaam genoeg voor bent. ‘
Maar Hij besluit enige tijd later wel tot het buitensluiten van de toenemende weerstand tegen zijn site. Een weerstand die door zijn bewonderaars, die er velen zijn, en waartoe ik ook behoor, niet goed wordt begrepen. Blijkbaar raakt Zijn ietwat ironische manier van omgaan met godsdienst een groep mensen diep in hun opvattingen.
Wat is er eigenlijk opmerkelijk aan? Het belangrijkste aspect dat wellicht deze agressie oproept, is de ironie, de humor, die zegt dat het allerbelangrijkste van het bestaan (God, de grond, de schepper, of hoe je het ook wilt noemen) niet helemaal serieus genomen wordt. En daar zit ook iets mysterieus: hoe kun je het absolute niet absoluut nemen? Dat kan eigenlijk ook niet.
Maar wat is dan de mogelijkheidsvoorwaarde voor humor in de religie, voor ironisch spreken over de grond van het bestaan? Is dat dan uitgesloten?
Nee, we kunnen ironisch spreken over God omdat we eigenlijk maar heel weinig over Hem weten. We weten nauwelijks iets over onze wereld, over onszelf.
In psalm 90 wordt dit perspectief van de onwetendheid prachtig beschreven:
‘Heer, u bent ons een toevlucht geweest
van geslacht op geslacht.
Nog voor de bergen waren geboren,
voor u aarde en land had gebaard -
u bent, o God, van eeuwigheid tot eeuwigheid.
U doet de sterveling terugkeren tot stof
en zegt : ‘Keer terug, mensenkind.’
Duizend jaar zijn in uw ogen
als de dag van gisteren die voorbij is,
niet meer dan een wake in de nacht.’
In de laatste 3 regels, wordt het verschil tussen de Eeuwige (‘van eeuwigheid tot eeuwigheid’) en de mens mooi belicht: van duizend jaar naar de voorbije dag naar een nachtwake (ongeveer een derde van de nacht). Wij houden ons bezig met onze gezondheid, met vlees en zenuwen. We zoeken naar nanostructuren en alternatieve energie. We maken ons bezorgd over de economische recessie en of er misschien maatregelen te treffen zijn om die te vermijden.
Maar onder dat alles trilt een andere werkelijkheid, een werkelijkheid van vertrouwen of gebrek aan vertrouwen, een werkelijkheid van geloof.
Maar dat geloof, hoezeer ook reeël en dragend, is toch ook een onzekere zaak. Het is vertrouwen en tegelijk weten dat we maar heel weinig weten. Het is een sprong, een overgave.
Heel mooi is dat bijvoorbeeld beschreven in de Docta Ignorantia, de geleerde onwetendheid, van Nicolaas van Cusa, waarvan hiernaast een afbeelding te zien is. Een boek geïnspireerd door een ervaring die hij had op zee. ‘Hoe meer iemand weet dat hij onwetend is, hoe meer geleerd hij is.’ En misschien is deze laatste geleerdheid nog beter te vertalen met ‘wijsheid’: hoe beter iemand beseft dat hij niets weet, hoe wijzer hij is…
En over God zegt de Docta Ignorantia, dat het oneindige of eeuwige als oneindige onkenbaar is, want het ontsnapt aan alle vergelijkingsmateriaal dat wij hebben.
Natuurlijk zegt Nicolaas dat we op basis van Christus’ werk en woorden we kunnen geloven dat God liefdevol, en genadig en rechtvaardig etc is. Maar als we vervolgens onze alledaagse ervaringen van liefde en genade en rechtvaardigheid etc zouden gebruiken om ons een beeld van God te bouwen, dan krijgen we een schaduwachtig beeld van een boven-menselijk maar toch eindig wezen en dus niet God.
Nicolaas verzet zich dus tegen alle pogingen om de Schepper en de werkelijkheid van het geloof te begrijpen buiten de weg van de symboliek om.
Als je echter deze andere werkelijkheid bekijkt zoals de natuurwetenschappen de werkelijkheid bekijken, of, ik moet nauwkeuriger zijn, zoals een positivistisch opgevatte natuurwetenschap de werkelijkheid bekijkt: als een geheel van bewijsbare feiten, gebaseerd op een onbetwijfelbaar fundament, de bijbel of de koran of een superioriteitsgevoel, dan verdwijnt het onzekere en blijft er alleen een humorloze zekerheid over. Een zekerheid die bovendien de neiging heeft om alles wat anders is gelijk te maken aan zichzelf. Die misschien ook bang is voor al het andere, omdat het bestaan van het andere een twijfel aan de eigen zekerheden voedt.
In verschillende hedendaagse bewegingen is dit aan te tonen en meest in het oog springend in de pinksterbewegingen van de christelijke kerk en in het salafisme van de islam. Paradoxaal genoeg zijn dit bewegingen die ontstaan zijn en nog steeds gevoed worden door een kritiek op de onttovering van de wereld door het positivisme, een kritiek op de secularisatie.
Daarover meer in een volgende blog.















Leave a Comment