Jeroen Krabbé, een retrospectieve
In het paleis op de Blijmarkt, tegenover het theater Odeon in Zwolle, heeft de directeur van de Fundatie, Ralph Keuning, een tentoonstelling georganiseerd met een keuze uit het werk van Jeroen Krabbé. De hele eerste verdieping is gevuld met zijn werk. Jeroen Krabbé, die ik voordien kende als acteur en regisseur (o.a als schurk in de Bond film The Living Daylights en regisseur van Left Luggage), laat zo zien dat hij uit een schildersfamilie komt.
Dwalend door de zalen en gangen van het paleis op de Blijmarkt is duidelijk te zien hoezeer Jeroen Krabbé geniet van het schilderen. Het moet voor hem meer dan een hobby zijn geweest, meer dan een tijdverdrijf tussen twee films door. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de enorme hoeveelheid werken die er hangen. Maar dit blijkt ook uit de intensieve wijze waarmee hij met zijn onderwerpen bezig is geweest. Aan een grote wand hangen bijvoorbeeld 4 enorme doeken met telkens hetzelfde onderwerp: een meertje met riet, in 4 verschillende stemmingen.
Wat ook opvalt, naast dit inzicht in Jeroen Krabbé’s creatieve werk buiten de bioscoop, is de enorme belangstelling van het publiek, en het plezier dat deze bezoekers er overduidelijk aan beleven. Dat publiek mag gerust uitgebreid worden tot meer dan alleen maar de bezoekers van deze expositie, gezien de vele bekende acteurs die doeken van Krabbé hebben gekocht en die nu in bruikleen in Zwolle hangen.
Wat is de reden voor deze waardering? Is het werk van Jeroen Krabbé bijzonder? Is het een Picasso, die voortdurend nieuwe wegen toont, nieuwe experimenten aangaat? Dat is niet het eerste wat mij opvalt. Mij valt trouwens in het werk helemaal geen vernieuwingsdrang op, maar wel een voortdurende herkenning. In één zaal zie ik Co Westerik, in een gang plotseling een serie Paul Klees. Daar een aantal impressionisten.
Hele delen van het begin van de 20ste eeuw is hier vertegenwoordigd. En niet onbekwaam! Misschien dat dat hetgene is wat het publiek waardeert: de herkenning. Hier lopen ze tussen allemaal nieuw werk (want dit is de eerste keer dat er een zo groot overzicht van zijn werk tentoongesteld is) en ze ervaren beeldende echo’s van exposities die ze eerder en elders bezocht hebben, van plaatjes in schoolboeken, van televisie rapportages, van citaten in films…
Wat is de betekenis van deze expositie? Wat zien we hier van Jeroen Krabbé? Is hij een vervalser zoals Van Meegeren de Vermeers vervalst heeft? Vermeers die, zoals het beroemde Emmausgangers, door de vorige eigenaar van de collectie van de Fundatie, Hannema, gekocht zijn omdat hij overtuigd was van de echtheid ervan.
In het werk van Krabbé gaat het niet om zulk soort vervalsingen: hij zegt nergens dat het een echte Paul Klee is. Nee het zijn allemaal echte Krabbé’s.
Wat is het dan, is hij een schoolmeester die vanuit de didactiek diverse stijlen beoefend? Nou, dat ook niet helemaal, hoewel dit waarschijnlijk wel een beetje meespeelt.
Door de Fundatie heenlopend realiseerde me ik plotseling: dit is een acteur die telkens weer kruipt in de huid van zijn karakters. En het werk dat hij dan maakt, maakt hij omdat hij een emotionele uitlaatklep nodig heeft.
Want het is, zoals gezegd geen vrijetijdsbezigheid, een volkstuintje, of een macramécursus, maar gezien de hoeveelheid en de intensiteit van zijn werk, een echte behoefte van hem om dit te doen, om die schilderijen te maken. Maar de vorm van deze obsessie is dezelfde als die van zijn ‘echte’ werk: het acteurschap.
Jeroen Krabbé, de acteur als schilder.















Leave a Comment