No Country for Old Men
De gebroeders Coen hebben weer een prachtige film uitgebracht. ‘No Country for Old Men‘, gemaakt in veel opzichten bijna met het gelijknamige boek van Cormac McCarthy als regiescript in de hand, doet in humor denken aan ‘The Big Lebowski‘ of ‘O Brother where art thou?‘, en in geweldadige scenes aan ‘Fargo‘. Maar mijn verbeelding werd toch vooral getroffen door de overeenkomst met ‘Barton Fink‘, waarin John Goodman (die ook prachtig speelt in ‘The Big Lebowski‘) de serial killer speelt, die schijnbaar alleen maar door zijn woede de omgeving laat ontvlammen en schietend rondrend terwijl hij ‘I’ll show you the live of the mind‘ brult.
‘Let me ask you something: “What is the most you ever lost in a coin toss?”‘, zegt Javier Bardem.
Zo worden wij geconfronteerd met ‘the ultimate bad-ass’, de slechterik waarbij ‘the bubonic plague’ nog zou verbleken. Zinloos geweld dus, en wel letterlijk, omdat de dood of het leven volgt op het kiezen van kop of munt. Je wordt bij het zien van de redenering in dit soort scènes herinnerd aan het Aanhangsel van het eerste deel van de Ethica van Baruch de Spinoza (pag 121 en 123, uitgave 2002):
‘Stel bijvoorbeeld dat een steen van een dak op iemands hoofd valt en hem doodt, dan zullen zij als volgt bewijzen dat die steen is gevallen om die man te doden. Want als die steen niet gevallen zou zijn met dat doel en volgens Gods wil, hoe konden zich dan zo veel omstandigheden – dikwijls treden er veel samen op – toevallig tegelijk voordoen? Misschien zegt men dat dit ongeluk is gebeurd doordat het waaide en doordat die man langs die plek kwam. Zij zullen echter voet bij stuk houden: waarom waaide de wind juist op dát ogenblik daarlangs?’
Maar wie denkt dat dit een film is waar het alleen maar of vooral gaat over extreem en zinloos geweld heeft het toch behoorlijk mis. Ook de vergelijking met ‘Barton Fink‘, die suggereert dat het alleen maar een poëtische oefening is die speelt met filosofische thema’s (in die eerdere film Hegels ideeën over de Geest) blijft in deze film toch niet lang overeind. Zeker er zit geweld in en dat wordt vaak en met veel plezier in beeld gebracht, zoveel zelfs dat het bijna een dans wordt of een symfonie in plaats van een realistische beschrijving van het beroep van een serial killer. Naast dit thema zitten er andere thema’s in: het natuurschoon van Texas, overvloedig in beeld gebracht, is toch moeilijk af te doen met de dooddoener dat je beelden nodig hebt om een film te maken.
Nee, net als het bloed-ballet is dit ook een soort van visuele dans, een schilderij, om een andere metafoor te gebruiken, waarin het landschap met zijn leegte en ruwe schoonheid (inclusief het zangerige en bijna onverstaanbare dialect van zijn inwoners, met name de sherif) een tegenwicht biedt tegen het stromende bloed.
Maar naast de eerste laag van het verhaal met het extreme geweld en de tweede laag van de visuele vormen, is er een derde laag die mij getroffen heeft: de laag van de existentiële twijfel van de oude man, de sherif, prachtig gespeeld door Tommy Lee Jones.
De meest indrukwekkende twee scènes in dit opzicht zijn die tegen het einde van de film: als hij zijn invalide oudere broer opzoekt en als hij zijn dromen vertelt aan zijn vrouw.
Bij zijn broer spreekt hij over hoe hij als jongere man dacht dat God in zijn leven zou komen. ‘G o d‘, lang uitgerekt in het zangerige Texaans, zodat hij zich meteen indekt tegen al te veel serieusheid, iets wat gewone mensen altijd doen, in tegenstelling tot tevee-dominees en mensen die zich te serieus nemen.
Natuurlijk heeft God hem niet ontmoet. ‘Waarschijnlijk omdat ik niet belangrijk genoeg ben..’. Maar zijn broer corrigeert hem: ‘Who knows what reasons God has for doin’ something…’
Ik werd bij deze ontroerende dialoog, die gelardeerd is met relativerende humor (‘How long has it been since you made this coffee?’ ‘I usually make one pot of coffee every week, even if I have some leftovers from the previous week’) herinnerd aan de psalmen, waarin voortdurend de belofte gedaan wordt dat de Rechtvaardige God zal zien. En de sherif is de rechtvaardige in deze film. Josh Brolin, de White Trash Vietnam veteraan, is ook wel rechtvaardig: hij gaat water brengen aan de dorstige neergeschoten mexicaanse dope-runner, ook al weet hij dat het een stupid thing to do is. Maar uiteindelijk is hij toch vooral bezig met het in leven blijven nadat hij het geld gevonden heeft.
De sherif vertelt vanaf het begin van de film tot en met het einde hoezeer het zinloze geweld hem verbijstert, zozeer dat hij er alleen maar om kan lachen, meer blijft er niet over om te doen. Maar ondanks deze poging om met humor overeind te blijven in een steeds absurder wordende wereld kan hij het niet laten om tegen zijn broer te verzuchten, dat hij God had willen zien. ‘God’ als antwoord op de vraag naar de reden van zijn bestaan, ‘God’ als antwoord op het toenemende geweld, ‘God’ als bevestiging van zijn eigen rechtvaardige levensweg.
Natuurlijk heeft hij God niet gezien. En in zijn laatste dialoog met zijn blauw-ogige vrouw, vertelt hij hoe hij zijn vader langs ziet komen op paard, in de bergen, terwijl het koud en donker is. Zijn vader draagt vuur met zich mee, in een koeie-hoorn, ‘just as the old folks used to do‘ en dat suggereert voor Tommy Lee Jones, dat hij hem een pleisterplaats gaat bereiden, verder op, in het donker en de kou, zodat als de sherif dan moe en koud aankomt bij zijn oude, overleden vader, er een vuur is en een slaapplaats.
Droef & mooi















Leave a Comment