John’s Woodhouse

June 1st, 2009
titelblad John's Woodhouse

titelblad John's Woodhouse

Bij de notaris

Bij de notaris

Sytse van der Zee, de illustrator (niet de schrijver) heeft zijn eerste stappen gezet op het pad van het stripverhaal: dramatiek, psychologie, onverwachte wendingen, kunstkritiek en mooie plaatjes. Misschien dat hij besmet is geraakt door de striptekenaars aan Neerlands eerste academische stripopleiding ArtEZ in Zwolle, waar hij ook lesgeeft.

Het kan ook dat zijn eigen werk, dat tot nu toe bestond uit gecondenseerde beeldende verdichtingen van journalistieke teksten, hem gestimuleerd heeft om een zelfstandig werk te maken. Want losse illustraties bij andermans teksten levert in zijn geval wel een mooi oeuvre op, maar een losbladig oeuvre dat altijd gekoppeld is aan andermans werk. Een stripverhaal of beeldverhaal is een wisselwerking tussen een verhaal en beelden en dat levert dus een kapstok om een serie illustraties te maken.

Wat de aanleiding ook moge zijn, hij heeft in ieder geval episode 1 gemaakt. Het verhaal is tot nu toe alleen op Sytse’s website te vinden, waarbij irritant is, dat er geen vaste link naar het verhaal gemaakt kan worden, omdat het geheel klaarblijkelijk in flash is geprogrammeerd. Je moet dus om het beeldverhaal te bekijken door klikken vanaf de homepage naar het lichtknopje in het midden en vandaar naar de episode 1.

Een portret van de overleden eigenaar

Een portret van de overleden eigenaar

Het verhaal is een hedendaags verhaal, vol met ingewikkelde familiebeschrijvingen, ‘meervoudig emotionele ontmoetingen’, midlife-crises en losse eindjes. Dat laatste is natuurlijk met opzet gedaan om zo de volgende episodes mogelijk te maken. Naast de emotionele verwikkelingen wordt er in het verhaal ook een spel gespeeld met houthakken en timmeren wat ik niet goed begrijp, maar dat begrip kan nog komen, we zijn pas bij episode 1.

Het genoegen dat ik er aan beleef zit overigens niet direct in het verhaal, maar zit veelmeer in de tekeningen. Deze zijn te herkennen als echte Sytse-van-der-Zeeën, met vervreemdende perspectieven en een sfeer die niet helemaal stamt uit het begin van de 21ste eeuw, maar naar mijn gevoel meer past bij de 19de eeuw, en dan niet het Engeland van Dickens of het Nederland van Multatuli, maar meer het Frankrijk van Proust. Dit laatste misschien vanwege de snorren en het baardje van de notaris.

Ten slotte pleit ik er, vooral vanwege de tekeningen, voor dat er een gedrukte uitgave komt. Alsjeblieft.

Arminiuzz Strip ,

Beguine

May 27th, 2009
De dans

De dans

De Beguine is een dans uit de jaren 30. Ik kende hem eigenlijk alleen maar als Cole Porter liedje: Begin the Beguine, een liedje vol heimwee gezongen door Ella Fitzerald. Maar onlangs dook de Beguine weer op als titel van een lied van de Kift en van een videoclip van Douwe Dijkstra.

De muziek van de Kift is interessant, maar de clip is zo mogelijk nog interessanter, vooral omdat er dingen gebeuren in de videoclip die niet voortkomen uit de tekst van het lied. Het lied, Beguine, gaat over iemand die zingt en lacht en danst en bedwelmd wordt en wil worden door wijn (”bedwelmend moet het zijn“), want, zo ontdekken we langzamerhand, “mijn lief verliet mij vannacht”.

“Ik zing, ik drink, ik lach ik dans, terwijl mijn harte weent, mijn ogen schitteren in wilde glans, terwijl mijn harte weent. Verneem de zangen die ik zing en drink met mij de wijn, volmaakt met zelfbegoocheling, bedwelmend moet het zijn. (…) Het ergste is nu toch gebeurt, mijn lief verliet mij vannacht.”

het kantoor

het kantoor

De videoclip gaat ook over dit verslag van een verdwenen lief: het begint met dansen, via de bedwelming van de wijn naar de vertwijfeling. Maar tussendoor en na het uiten van het verdriet gebeurt er iets opmerkelijks. Het centrum van de clip wordt namelijk in beslag genomen door het Kantoor. Alle associaties met kantoren: van het levenswerk van Voskuil tot aan the Office (US), van Kafka tot aan Max Weber’s bureaucratie, komen samen in dit Kantoor, compleet met Juffrouw Jannie die koffie rondbrengt, lullige computers uit de jaren 80, gele plakplaatjes en een copieermachine. Het is natuurlijk de kantoor-verbeelding van kunstenaar en niet die van de ambtenaar, en dat betekent enerzijds bespotting van de loonslaaf, maar anderzijds is het ook een metafoor van het alledaagse, waarin het verdriet van het lief dat er vandoor is gegaan, gecombineerd wellicht met de kater, verbeeld wordt. Hoe dat gebeurt is te leuk om te vertellen: bekijk het zelf.

trompetspel

trompetspel

En na de kantoorscene wordt het zo mogelijk nog surrealistischer, terwijl de prachtige trompetmuziek door de zonbeschenen lege ruimte schalt, stapt de zanger op, loopt naar de deur en valt naar buiten en naar beneden. Tijdens zijn val scheert hij zich nog en zweeft, tegen het einde van de val langzaam naar de grond: ervaring rijker, sadder and wiser, maar met beide benen weer op de grond.

BEGUINE, geschreven en gecomponeerd door Ferry Heijne, uitgevoerd door De Kift, album Hoofdkaas 2008. Videoclip BEGUINE, geregisseerd door Douwe Dijkstra, geproduceerd door Festina Lente

Arminiuzz Video , ,

Muziek en lijf

May 27th, 2009

Als Mozart gaat over erotiek en verliefdheid.
En Beethoven over grootsheid en dood.
Als Johann Sebastiaan Bach gaat over symmetrie en schoonheid.

Waar gaat dan het lied van de Merel over, ’s ochtends alleen in het donker, nog voor de eerste auto’s zich naar hun werk begeven?

Over hetzelfde dat je ervaart bij de eerste halen van de riemen in de skiff op het Ganzendiep? De koele ochtendlucht die je voelt als je net uit bed gekomen bent? Het plezier dat je kunt beleven omdat je lichaam bent?

Arminiuzz Kunst

Zoek mijn aangezicht

April 1st, 2009
updike01

John Updike

Toen John Updike op 27 januari van dit jaar overleed, was dat weer aanleiding een boek van hem te lezen. Elk boek van hem, van af het vroegste begin, bijvoorbeeld Rabbit Run, tot aan het einde, bijvoorbeeld de Widows of Eastwick,  is een genot om te lezen, vol barokke beschrijvingen en psychologische inzichten. In Kunst en mystiek I heb ik volgende over Updike’s beschrijving van Lucretius, De Rerum Natura, gezegd:

Updike is meesterlijk in het tegelijk ironisch en liefdevol beschrijven van de hoop die iemand kan ontlenen aan het volstrekt hopeloze, de troost die geput kan worden uit het volstrekt onverschillige: de materie, die toevallige willekeurige botsingen van de ondeelbare deeltjes.

En het lijkt wel of Updike dat altijd probeert: troost te putten. Dit is niet iets wat direct zichtbaar is. In ieder geval niet voor veel critici. De Daily Express meldt: “Updike is the master of the fleeting moment, the point at which the seemingly mundane becomes crystallized into realizations of the most profound insight.” En Time citeert in zijn obituary John Upike ‘the observor’: “My subject is the American Protestant small town middle class. I like middles. It is in middles that extremes clash, where ambiguity restlessly rules.” Updike als de observator, die de tegenstrijdigheden van de White Anglo Saxon Protestant in de USA genadeloos bloot legt.

John Updike

John Updike

Natuurlijk is dit beeld niet onterecht, want hij observeert inderdaad genadeloos, maar daar is niet alles meegezegd. Hij kan bijvoorbeeld prachtig en humorvol over zijn observaties schrijven. En ook dat is niet alles. Gelukkig maar, want een kunstwerk dat alleen maar scherp observeert en ons vervolgens in mooie volzinnen, gekruid met wat humor, de observaties voorzet is niet blijvend interessant. Het wordt pas interessant als het ons ook iets over ons zelf leert. En Updike leert ons inderdaad iets over onszelf, al was het maar omdat hij onze cultuur beschrijft met een gepaste hoeveelheid mededogen.

Neem nou het boek dat ik uit mijn boekenkast haalde toen ik in de krant las dat Updike overleden was: Seek my face. Het verscheen in 2002, maar het is geschreven juist voor de val van de Twin Towers in september 2001. Het onderwerp is de zeer romantische en bijna heroïeke geschiedenis van het Abstract Expressionisme, de eerste echte Amerikaanse kunstvorm met Jackson Pollock, Barnet Newman en Mark Rotko, uitlopend in de Popart van Andy Warhol. De vorm van het boek is een interview van een jonge journaliste met een oude kunstenares en drievuldige weduwe.

Jackson Pollock, foto door Hans Namuth

Jackson Pollock, foto door Hans Namuth uit Wikipedia

Haar eerste echtgenoot, een kunstenaar is duidelijk gebaseerd op het leven van Jackson Pollock. En zijn vrouw, Lee Krasner, is voor een groot gedeelte een inspiratiebron voor de hoofdpersoon van Seek my face. Maar ondanks deze overeenkomsten is het boek geen kunsthistorisch betoog, of in ieder geval niet alleen. Het interview van de jonge kunsthistorica met de oude kunstenares, Hope genaamd, geeft Updike de mogelijkheid om in het tijdsbestek van 1 dag de hele geschiedenis van de New Yorkse kunstscène vanaf de jaren dertig tot aan ongeveer de jaren zeventig te behandelen. En hij doet dat fenomenaal. Ik heb nergens zo’n inzicht gekregen in de motivaties, de verwachtingen en angsten van iemand als Jackson Pollock als in dit boekje. Ook de reacties van het publiek, de medekunstenaars en de galeries (Peggy Guggenheim, bijvoorbeeld), op deze nieuwe, deze echt Amerikaanse kunstvormen, worden in de herinnering van de oude Hope beschreven met zoveel psychologisch inzicht en een door haar ouderdom afgevlakte mixture van heimwee naar en afkeer van die periode uit haar leven, dat het boek geen afgeronde kunstperiode oproept, maar een levende stroom, waarin de begeerten en wensen en angsten heel dicht tot ons komen:

I saw how he suffered making them (said Hope to Kathryn), those early ones, when they still had names and were more vertical than horizontal in shape, are among my favourites. Galaxy - they were all galaxies in a way. We could see the stars out on the Island in a way we could never in the city. Full Fathom Five, Sea-Change, when there was still some brushwork mixed in with the drips. Cathedral, Phosphorescence. He had discovered aluminium paint, gallons of it sold right of Henry Drayton’s shelves. There had never been anything like those paintings he did in the cold those first winters. He said it was cold but the light, with the snow, in the barn was glorious. He was so excited how they were turning out, so proud that, as you know, one of the first mural-sized ones, he slapped his hand loaded with black paint along the top as if to say, ‘I made this’. (pag 92)
And there is so much innocence in that man dancing and kneeling around the piece of canvas on the floor, such sweet childish absorption in the doing, that I want to hug him and beg his forgiveness for bringing him out to where he could wrestle beauty to a fall and yet being unable to show him how to get any lasting happiness out of his having done it. (pag 103)

John Updike

John Updike

Maar het boek heeft niet alleen als thema het oproepen van die historische tijd, van die nu overleden mensen en hun valer wordende kunstwerken. Het probeert nog een andere laag aan te boren. Dat wordt in de eerste plaats al duidelijk uit de titel: Seek my Face wat een citaat is uit Psalm 27:

You speak in my heart and say, “Seek my face.” Your face, Lord, will I seek.
of in de Statenvertaling:
Mijn hart zegt tot U: Gij zegt: Zoek Mijn aangezicht; ik zoek Uw aangezicht, o HEERE!

Harold Rosenberg noemde de stijl van Pollock Action painting en benadrukte dat de handeling op het canvas een bevrijding van waarde, van politieke, esthetische en morele waarde, was en Clement Greenberg, een andere Amerikaanse kunstcriticus, zag de hele kunstgeschiedenis tot nu als een voortgaande bevrijding van historische inhoud, en Jackson Pollock als de culminatie van die beweging. Maar met de titel Seek my face, benadrukt Updike dat er nog iets anders aan de hand is in de kunstgeschiedenis. Dat met de stellingname van de Rosenbergs en Greenbergs niet alles gezegd is. Dat ‘iets anders’ is natuurlijk een religieuze of in ieder geval een existentiele laag in de kunst. Updike betoogt met de titel hetzelfde wat een andere lijn van kunsthistorici, om te beginnen met Robert Rosenblum, en zijn boek Modern Painting and the Northern Romantic Tradition: Friedrich to Rothko, betoogt, namelijk dat er naast een zuivere vormgeschiedenis in de kunst ook een andere lijn aan te tonen is. En die lijn is een complement van de secularisatie of ontkerkelijking van de westerse samenleving. Een lijn die juist probeert op te zoeken wat er in de secularisatie verloren ging.

Waar een negentiende eeuwse bioloog als Ernst Haeckel de materialistische stelling aanhing dat er niets buiten de materie is, dat alles wat er is uiteindelijk te herleiden valt tot materie, tot die toevallige willekeurige botsingen van de ondeelbare deeltjes, zoals Updike het in The Witches of Eastwick beschrijft, daar zoeken sommige kunstenaars (en volgens Rosenblum zijn dat hele generaties kunstenaars, vanaf Friedrich tot aan Rotko toe) in de abstractie naar het Aangezicht van God.

John Updike

John Updike, alle fotos afkomstig van de talkshow Charlie Rose, 12 november 2008

En ook deze laag is niet de laatste, meest diepe laag van het boek van Updike, want het is ten diepste een roman, een kunstwerk met alle ambivalenties van dien. Updike betoogt in dit boek niets. Hij roept werelden op. Hij beschrijft het proces van herinnering in de ouder wordende Hope. Een herinnering die steeds weer teruggrijpt op haar vroegste jeugd in de protestantse Quaker gemeenschap van Pennsylvania. Seek my face begint met deze vroegste jeugd, heeft er gedurende het interview voortdurende flashbacks naar (bijvoorbeeld via de leunstoel van haar opa Ouderkirk, die nu in haar woning staat), en eindigt met een visioen van haar grootvader die haar bezoekt. En dit bezoek is tegelijk een herinnering aan de geborgenheid van haar vroegste jeugd, als een soort voortuitblik naar een hemel waarin Hope wel of niet gelooft. De ontroering die deze laatste scène bij me opriep was dezelfde die in Home, van Marilynne Robinson, getriggerd werd. Daar, net als in Seek my face, is ‘thuis’ de ongemakkelijke verwijzing naar de hemel. Het is ongemakkelijk omdat er altijd de kans is dat het zoeken (in het verleden of in de abstractie) niets vindt. De allerlaatste woorden van de roman zijn dan ook ‘and she is afraid of finding nothing‘.

Maar zoeken dat blijven we doen.

Arminiuzz Literatuur , ,

Persoonlijkheid

March 30th, 2009
Kika/Kika

Kika

Van sommige dingen kun je onverwacht erg depressief raken. Zonder duidelijke reden.

Een succesvolle campagne, een goed verlopen vergadering, een budgetbespreking waar je heel lang aan gewerkt hebt en die heel erg goed voor jou is verlopen… Na het moment suprême kan er een gevoel over je komen: waar is dit allemaal goed voor geweest? Wat heeft het voor zin gehad dat ik die energie er allemaal ingestopt heb? Waren er niet zinvollere dingen te doen? Een zwarte deken, klam en kil, terwijl het er ’s ochtends zo licht en veelbelovend uitzag. Elia, na de overwinning op de Baälpriesters op de Karmel.

En andersom kun je plotseling opgetild worden uit je alledaagse sleur, uit plicht en verplichtingen, door een beeld, een glimp van iets buitenwerelds, iets wat niet opkomt uit de tredmolen van het alledaagse, maar dit transcendeert, in ieder geval voor een korte tijd.

sara2

Kika/Kika

Zo’n beeld was voor mij Kika/Kika van Sara van den Oever, een studente fine arts aan de kunstacademie in Zwolle. Kika, een meisje in clair obscuur, dat soms uiteenvalt in twee beelden, de één comtemplatief dromerig, de ander vrolijk kletsends, en soms weer samenvalt in een bijna slaperig gezicht.

Een persoon met verschillende gezichten, zoals wij allemaal hebben, veelbelovend, net als wij geweest zijn.

Te zien als onderdeel van Elixer, de Pipilotti Rist tentoonstelling van Boijmans van Beuningen.

Arminiuzz Video

C-factor

February 5th, 2009

Het is niet te ontkomen, 2009 is het jaar van de grote economische depressie, het jaar van Darwin (200ste geboortedag), het jaar van Galileo Galilei (waarin hij als eerste mens met een telescoop de manen van Jupiter ziet) en ook het jaar van Calvijn, want het is in dit jaar 500 jaar geleden dat hij geboren werd.
En we zullen het weten ook. Calvijn, de Glossy, gemaakt door de Zeeuwse kunstenares Selah, ligt in de boekhandels naast Linda. En de premier vertelt dat Nederland en zijn democratie ontstaan is als variant van het Calvinisme.

Als je net als ik wil weten hoe calvinistisch je bent, doe dan de calvinisme-test: http://www.trouw.nl/calvijn en bekijk hoe groot jouw C-factor is. Ikzelf sta op 81% calvinist:

Gepokt en gemazeld in de calvinistische leer sta je principieel in het leven. Je bent een hardwerkend persoon, met oog voor de ander. Je laat je daar echter niet op voorstaan, voor God is immers een ieder schuldig. Je emoties weet je te beteugelen, en van een gemakkelijke luxe leventje kan niemand je beschuldigen.

Nu nog wat minder genieten van een goede maaltijd, ietsje soberder en ook nog iets rechtlijniger, dan zijn we er wel.

Arminiuzz Religie

Woestenij en Creatieve klasse

February 3rd, 2009

C.O. Jellema, dichter en kenner van de Laatmiddeleeuwse Duitse mystiek, heeft een bundel vertalingen van geschriften van Meister Eckhart ‘Over god wil ik zwijgen’ genoemd. Dit is een vertaling van een zinnetje uit Eckhart’s Boek van de goddelijke vertroosting:

ich wil gotes geswîgen.

Voor Eckhart heeft God een dubbele identiteit. Aan de ene kant is hij kenbaar, want hij is mens geworden en heeft liefgehad en geleden onder ons. In het grote gebod (Heb God lief boven alles en je naaste als jezelf) is hij als het ware nog steeds onder ons. Vleeswording wordt dat genoemd.
Maar Eckhart ziet ook een andere kant van God: een onkenbare kant, een godheid die het ondoorgrondelijke en onbeweeglijke Ene is, waar alles uit voortkomt. Deze godheid noemt hij een-zaam of Ein-oede: onbebouwd, mensenloos gebied, woestenij. Deze godheid is onkenbaar, een woestijn. Hierin worden we herinnerd aan de profeten en kluizenaars, aan Johannes de Doper en Mohammed, die in de woestijn, in het levenloze, naar het leven zochten.

Wat heeft deze religieuze gedachte van doen met de creatieve klasse van de titel dezes blogs? Met docenten beeldende kunst en vormgeving, met kunstenaars, grafisch ontwerpers, illustratoren, animatoren, websdesigners en interieurarchitecten? Wat heeft dit te maken met de seculiere ontwerpen en kunstwerken die door deze creatieve klasse trots getoond worden, als meesterproeven en visitekaartjes aan de wereld?

Een paar jaar geleden heeft het lectoraat Kunst en Reflectie van ArtEZ in samenwerking met VU podium een symposium georganiseerd met als titel ‘Kunst als morele vrijplaats’. In dit symposium is de vraag gesteld naar de grenzendoorbrekende functie van de hedendaagse kunst: “De hedendaagse kunst wil grenzen verleggen, ontregelen, taboes doorbreken, heilige huisjes omver trappen…” In het interessante debat waren verschillende mensen met elkaar in gesprek, onder andere de theater regisseur Gerrit Jan Reinders en het Christen Unie Tweede kamerlid Arie Slob. Deze laatste stelde als reactie op de voorbeelden die aangedragen werden van taboe-doorbrekende kunsten dat in de kunst niet alles mag. Hij stelde dat de gelovige in zijn geloof in God niet beledigd mag worden. Vloeken, pornografie, besmeuren van heilige symbolen: het zijn zaken die door de politiek verboden zouden moeten worden. Hij merkte verder op dat de kunst nu juist een plek is die door de meerderheid van de politieke deelnemers de hand boven het hoofd gehouden wordt, alsof ze onaantastbaar is. In de kunst mag alles wat elders niet mag en er is in Nederland geen discussie mogelijk over deze vrijplaats, was zijn stelling. Eigenlijk moet de kunst zelfbeheersing betrachten en moet de maatschappij van te voren al een aantal grenzen opstellen waar kunst en ontwerpen zich aan moeten houden.

In de discussie over de RVU serie ‘God bestaat niet’ van Rob Muntz en Jan van de Wint, herhaalt Arie Slob deze twee stellingen: De serie moet verboden worden, want ze beledigt de gelovigen.

De opvatting van het Christen Unie kamerlid zijn niet zo gemakkelijk tegenover die van de Laatmiddeleeuwse mysticus te plaatsen, omdat Slob uitgaat van zijn persoonlijke relatie met God en Eckhart het heeft over de godheid, een bijna onpersoonlijke relatie. Maar de onderscheiding van Meister Eckhart tussen de kenbare God en de onkenbare godheid is wel bruikbaar: Juist omdat er een deel van god fundamenteel zwijgt en onkenbaar is, is er ruimte voor onderzoek, ruimte voor menselijke vrijheid.

Als deze ruimte van te voren ingedamd wordt, zoals Arie Slob dat voorstaat, dan impliceert dat, dat hij weet wat de godheid en wie God is. De opvatting van Eckhart levert ruimte, niet alleen voor de kunst overigens, om de woestenij in te trekken om grenzen te overschrijden en taboes te doorbreken en door deze ontdekkingstocht een dialoog met elkaar aan te gaan over welke grenzen nu nuttig zijn en welke niet.

Wetende onwetendheid (de docta ignorantia van Cusanus, een andere Laatmiddeleeuwer) leert ons tolerantie ten opzichte van andere meningen en overtuigingen. We weten niet welke grenzen nuttig zijn en welke schadelijk als we ze niet onderzoeken. De tolerantie heeft dus een speelterrein nodig om zichzelf verder te ontwikkelen en sinds de Romantiek is de kunst bij uitstek dat speelterrein. In muziek en toneel, in schilderkunst en literatuur is steeds weer geprobeerd te onderzoeken wat leven maakt en wat doodt. Dit is natuurlijk geen opdracht, want dan wordt de kunst moralistisch. Dit is vrijheid die dialoog oproept.

De laatste tijd hoor en lees je veel over de creative class, de klasse van mensen die in creatieve beroepen de maatschappelijke ontwikkelingen aanjaagt en dus ook de economie voortstuwt. De hierboven beschreven functie van de kunst, als de speeltuin van de vrijheid, waarin luchtigjes en ernstig met de vragen van leven en dood gestoeid wordt, is mijns inziens niet een meer fundamentele, maar dé fundamentele verantwoordelijkheid van de creative class. En daarom mag de samenleving, van Nederland en van de wereld, blij zijn met voortdurend nieuwe lichtingen kunstenaars en ontwerpers.

Arminiuzz Creatieve economie , ,

Throw Shoe Spell

January 10th, 2009
Bush the Smaller

Paul Davis

Ross McDonald

Ross McDonald

Een van de dingen die de verzamelde pers en hun publiek zeker zullen gaan missen nu 2009 de herinnering aan 2008 doet verbleken is de regerings periode van George Walker Bush. De cartoon hier links is van Paul Davis, getiteld ‘Bush the Smaller’, zoals de geschiedenis hem in onderscheid met zijn vader zal gaan noemen. De cartoon komt uit Vanity Fair september 2004. Uit een nieuwe Vanity Fair, die van februari 2009 komt de cartoon die rechts staat: een Bush die wegrent met schoenen op zijn hielen, een verwijzing naar het fameuze schoenenincident van half december 2008. Getekend door Ross McDonald.
Dit incident, waarbij Muntadar al-Zaidi, een journalist, in Bagdag een schoen naar de afscheid-nemende George Bush gooit, heeft een een enorme golf aan activiteit op het internet ontplooit.

Heel veel spelletjes ontstonden, sommige al 1 dag na het incident, waarbij je punten kon scoren door schoenen naar de onfortuinlijke president te gooien. Als je nu googled op ’shoe’ en ‘bush’ dan kun je naar hartelust je politieke voorkeur botvieren en zelfs online wedstrijden spelen tegen IRL tegenstanders om de hoogste punten.
Het screenshot links is afkomstig van de Duitse Spiegel Online website, waarin het verwijst naar Addicting Games.com, maar deze spelletjessite heeft het spel, ‘Sock and Awe’ (sic) al van hun bestand verwijderd.

De meest geek variant van politiek commentaar op dit incident vond ik op een game forum, waarbij een filmpje te zien is van het incident waarover heen de WOW symbolen van een duel geplaatst zijn. De gamers onder ons kunnen zien dat een Irakese Mage, Muntadar al-Zaidi een Throw Shoe spell op Bush loslaat. Al Maliki, de Irakese premier is AKF, dwz hij is IRL even naar de wc of haalt net een biertje uit de koelkast. De speler klikt op het eerste plaatje links net met zijn muis op het Shoe icoon. LOL.

De president (die aan zijn icoon duidelijk te herkennen is als een Boss) probeert nog Dodge en Block Spell, maar het helpt allemaal niet heel veel. Tegen het einde van het filmpje is de schoenengooier Knockdown door de Secret service.

ROFL, w00t. i pwned u.

[Legenda voor de non-gamers onder U:

AFK = Away from Keyboard, dwz ff niet met het spel bezig
ff = even
IRL = In Real Life, of kentekenplaat van Ierse autos

LOL = Laughing Out Loud
Owned = gepakt
pwned = foute spelling voor Owned
ROFL = Rolling On Floor of Laughter
u = you
w00t = Wow, loot! of: We owned the other team

WOW = World of Warcraft

Aanvullende informatie voor de gamers onder ons:
De Throw Shoe Spell bestaat niet in WOW, ook niet in de laatste uitbreidingsset The Wrath of the Lich King. En ook is er geen Bush Boss. Echt niet.]

Arminiuzz Digitale cultuur, Filosofie

Een nieuw jaar

January 10th, 2009
Hendrikje

Rembrandt: Hendrikje Stoffels

Het nieuwe jaar is net begonnen en dan is het altijd een mooi moment om terug te kijken naar het afgelopen jaar. De opmerkelijkste twee dingen aan deze blog in het afgelopen jaar waren: 1) dat ik het überhaupt begonnen ben en 2) dat het abrupt eindigde in oktober en daarna 2 maanden niets gebeurde.
Het begin is inderdaad opmerkelijk, en ik heb daar wel eens iets over geschreven in een eerder blogje: het had te maken met spanningen op mijn werk waardoor ik een emotionele uitlaatklep nodig had. Het einde, of liever gezegd het stilte-intermezzo, heeft waarschijnlijk net als het begin, een oorzaak in mijn werk: ik heb veel tijd gestoken in nieuwsbrieven en op een gegeven ogenblik is de energie op. Blijkbaar. En daarnaast zijn er veel spanningen geweest in de familie.

Nu ik dit overlees klinkt het wat klagerig. Er is ook iets anders aan de hand, iets wat vergelijkbaar is met een klus die je maar uitstelt: een mail die je niet beantwoordt of een telefoontje dat je niet doet. Hoe langer je de klus uitstelt, hoe moeilijker het is om het te beginnen.

Ik ga nu gewoon weer verder: een nieuw jaar, een nieuw begin, een nieuwe hoop.

Economische crisis, terrorisme, oorlog, ecologische crisis, honger. De krantenkoppen schreeuwen het ons voortdurend toe. Angsten hebben vaak te maken met tunnelvisie en oogkleppen. Ik bedoel niet dat je met een andere blik alle problemen kunt oplossen, maar ik denk wel dat je door een wijdere blik wat minder krampachtig en minder angstig door het leven kunt gaan. De ontwikkelingen kunnen ook de goede kant op gaan. De kerkvaders noemen dat genade en verbinden dat met Gods voorzienigheid.

Moge het jaar 2009, dat zo prachtig begon in sneeuw en ijs, en hoopvol met een inkomend African-American echtpaar in het Witte Huis, prachtiger en hoopvoller worden en moge de economische crisis de mensen dwingen om creatiever te worden en zich bezig te houden met zaken die voor hen wezenlijk zijn, zinvoller.

Als mooi voorbeeld van deze nieuwjaarsmeditatie heb ik gisteren in de New York Times een artikel gelezen over Rembrandt, van de hand van Holland Cotter: In the Gloom, seeing Rembrandt with new eyes. Even een stukje in mijn eigen vertaling:

“In het midden van de 17de eeuw was Nederland het meest welvarende land in Europa. Toen, in het midden van de eeuw, gedeeltelijk vanwege een leegzuigende oorlog, barste de bubbel. De Nederlandse kunstmarkt storte ineen. Mensen die dachten: ‘o, dit is maar een voorbijgaande fase’, kregen geen gelijk. De gouden tijd van de Nederlandse kunst was voorbij.
Rembrandt werd bijzonder hard geraakt. Een tiental jaren ervoor was hij een ster, met een wachtrij opdrachtgevers van wel een kilometer lang. Amsterdam, net als New York vandaag, was een stad met cultuur-begerige burgers die een Rembrandt in hun huizen moesten, moésten, hebben. Dus veranderde hij zich in een kunst machine, trok vele assistenten aan om zijn werken af te maken en werd rijk.
Hij werd ook zorgeloos en sloot veel te hoge leningen af. Naast zijn schilderwerk, storte hij zich ook op de verkoop van kunstwerken en niet alleen zijn eigen werk. Hij kocht bijvoorbeeld een Rubens om door te verkopen. (…)
Met de economische crisis viel alles uit elkaar. Schuldeisers sloegen op de deur, cliënten verdwenen. Hij werd bankroet, verdween uit de mode, werd een loser. Andere kunstenaars dachten dat het een kwestie van tijd was voordat de Nederlandse markt zich zou herstellen. Mijn inschatting is, dat Rembrandt dat niet deed. In ieder geval schilderde hij nu niet meer alsof hij dat geloofde. Hij had te veel verloren. Hij ging zijn eigen weg.”

In het middendeel van artikel, dat ik niet vertaal, bespreekt hij een aantal schilderijen van Rembrandt en vergelijkt hij hem met onder meer Vermeer, en hij eindigt met zijn sterkste argument voor zijn stellen dat Rembrandt door de economische crisis zijn eigen weg gaat: een schilderij van Hendrikje Stoffels uit 1660 (het hangt in het Metropolitan Museum in New York):

“Uiteindelijk past het schilderij in een genre. Het is een conventioneel portret van een burger in een specifieke setting. Een soort dat Rembrandt heel vaak heeft geschilderd en voor een aanzienlijk inkomen. Maar nu voelt hij zich vrij om sommige conventies te laten varen en andere dingen toe te voegen: hij laat zijn burger zitten als een sibylle of een koningin, hij verlicht haar met compassie als licht. Resultaat is een schilderij dat oplicht als een smeulende turf: laag, warm en langbrandend.
Ik zeg niet dat de zware tijden alleen dit schilderij produceerde. Rembrandt en kunst zijn zo veel meer gecompliceerd dan dit. Maar toen hij getest werd door de omstandigheden, keerde hij op de een of andere manier catastrofe om in gelegenheid, zwakte in kracht. Van bijna niets, een beetje verf, een stukje doek, een bevrijde geest en een onbezwaard hart, maakte hij dit.”

Ik weet niet of deze analyse klopt en ik weet te weinig van de 17e eeuw af om te weten of het verhaal over de economie klopt. Ik weet echter wel dat het een prachtig schilderij is. En dat ik vorig jaar (of was het het jaar daarvoor?) bij de grote tentoonstelling van Carravagio en Rembrandt, verbijsterd was door Rembrandts Bathseba: schoonheid en kwetsbaarheid ineen. En ik weet zeker dat er naast een onbegrijpelijk uniek talent ook een geestelijke vrijheid nodig is om zulk soort werken te maken. Dus sluit ik me aan bij de laatste zin van het artikel en wens onszelf een bevrijde geest en een onbezwaard hart.

Arminiuzz Schilderkunst , ,

Wonder

October 9th, 2008

Vandaag in de Mosterdfabriek een groot beeldscherm aan de wand gezien met erboven een kleine webcam. Op dezelfde plek zou er in een andere tijd of met een andere lifestyle adviseur een grote spiegel in een verchroomde lijst hangen.

De camera vangt het beeld van de kamer op en geeft het weer via het beeldscherm. We weten hoe complex dit proces is, en ook hoe onvolmaakt en nog lang niet foutloos. De spiegel doet hetzelfde, schijnbaar moeiteloos.

Hoe complex is een spiegel, hoe verbijsterend mysterieus het licht?

Niet het Brandende Braambos, het scheiden van de Schelfzee, of het veranderen van water in wijn is het wonder, maar het vuur, de zee en het drinken van de rode wijn. Niet de opstanding van Lazarus, maar Lazarus zelf is het wonder. Het verhaal van zijn opstanding is de verwondering over zijn bestaan, net zoals het kunstwerk alleen een kunstwerk is als het iets laat zien van het wonder van het bestaan.

Arminiuzz Religie ,